Vorig jaar is het aandeel blijven steken op 73%, volgens Mansveld als gevolg van ‘grote buitendienststellingen in Duitsland’. Daarmee doelt ze waarschijnlijk op het traject Emmerich-Oberhausen, waar veel aan het spoor wordt gewerkt. Dat zijn deels voorbeidende werkzaamheden voor de bouw ven het derde spoor, waarover in Duitsland enkele weken gelden een financieel akkoord werd gesloten.

Ze noemt in de Kamerbrief nu overigens 2022 als het jaar waarop het derde spoor, nodig om de Betuweroute beter te kunne benutten, klaar moet zijn. De bouw kan volgens Mansveld in 2016 van start en gaat zes jaar duren.

Ze laat de 80%-eis vallen, omdat de route de komende jaren veelvuldig gedeeltelijk buiten dienst gesteld moet worden. Ze wil daarom een deel van de treinen omleiden via de grensovergangen Bad Bentheim en Venlo-Kaldenkirchen. Overigens blijft de doelstelling om de Betuweroute ‘maximaal te benutten’ volgens haar wel gehandhaafd.

Ze erkent verder ‘dat het met de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer slechter lijkt te gaan’. Brancheorganisatie KNV luidde daarover eerder al de noodklok en werkt inmiddels aan een ‘aanvalsplan’. In 2012 is het spoorvervoer tussen Rotterdam en Duitsland zowel in tonnen als in aantallen containers afgenomen. Mansveld wijst erop dat het containervervoer vanaf de concurrerende havens Antwerpen, Bremen en Hamburg, juist is toegenomen.

Ze meldde de Kamer in juni al dat het vervoer over de Betuweroute vorig jaar met 10% is afgenomen. Opvallend genoeg daalde alleen het vervoer op de Havenspoorlijn, het stuk tussen de Maasvlakte en Kijfhoek, en was er een lichte stijging op het A15-tracé tussen Kijfhoek en Zevenaar. In beide richtingen samen reden er gemiddeld 433 treinen per week over de goederenspoorlijn.