In een donderdag gepubliceerd advies aan de rechters het Hof stelt de Finse advocaat-generaal dat de Europese Commissie niet mag optreden tegen Duitsland. Het Hof doet in 2013 uitspraak.

De Commissie had de zaak aanhangig gemaakt bij het Hof omdat ze van mening is dat de onafhankelijkheid van de spoorbeheerder in Duitsland niet gegarandeerd is.

De zogenaamde ‘essentiële taken’, zoals de toelating van vervoerders en het vaststellen van de tarieven, zijn in Duitsland niet institutioneel gescheiden van het vervoer, maar ondergebracht in één holding. Dat mag alleen als de onafhankelijkheid van de beheerder binnen die holding – in dit geval Deutsche Bahn – is gewaarborgd. Volgens de Commissie is dat niet het geval.

In zijn oordeel gebruikt de advocaat-generaal het meer juridische dan inhoudelijke argument dat aanvullende eisen die de Europese Commissie aan de onafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder stelt, niet in de verordening zijn opgenomen en daarom niet aan Duitsland kunnen worden opgelegd.

In verwante zaken tegen Spanje, Portugal en Hongarije is het oordeel van de advocaat-generaal dat die landen de wel tekort zijn geschoten in het toepassen van de Europese spoorregels.