De Panamese, Duitse en Nederlandse overheid hebben de aanbeveling gekregen om bij de International Maritime Organization (IMO) een voorstel in te dienen om de technische eisen die aan containerschepen worden gesteld te herzien. De minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen, heeft uitgesproken zich hiervoor sterk te maken, zo valt te lezen in de Rapportage Ongevallen Scheepvaart.

De Onderzoeksraad wijst op vier oorzaken voor het overboord slaan van containers: extreme scheepsbewegingen resulterend in grote versnellingen en krachten op de sjorsystemen en containers, bodemcontact, groenwater en impulsieve golfklappen tegen de zijkanten van het schip.

Langdurig

In de rapportage wordt gesteld dat voorstellen tot aanpassingen via de IMO langdurige processen zijn, maar dat er in de tussentijd ook via andere routes wordt gevaren. Het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft inmiddels de eerste stappen voor vervolgonderzoek naar het verlies van containers door kleinere schepen en onder andere weersomstandigheden in gang gezet.

Andere aanbevelingen voor de vaarroutes boven de Waddeneilanden, die geschreven zijn in de rapportage, zijn gericht op het instellen van verkeersbegeleiding op de vaarroutes en innovatie op het gebied van het actief verspreiden van heersende weers- en golfcondities in het gebied.

Hiernaast is er volgens de Onderzoeksraad ook een rol weggelegd voor de wereldwijde scheepsbouw en reders. Recente voorvallen maken duidelijk dat de grenzen van de geëigende systemen in zicht komen. Het is volgens de raad tijd om kritisch te kijken naar de houdbaarheid van de huidige systemen in combinatie met de in de praktijk optredende omstandigheden.

Containerverliezen

In januari 2019 verloor het Panamese containerschip ‘MSC Zoe’ 342 containers (19.224 teu) ten noorden van de Waddeneilanden. Dit was niet de eerste keer dat een schip containers verloor in die route, maar de hoeveelheid maakte volgens de Onderzoeksraad diepe indruk. Nog niet eerder had een schip zoveel containers tegelijk in deze route verloren.

Het aantal containers dat de ‘MSC Zoe’ verloor, is inmiddels achterhaald door nog grotere hoeveelheden die zijn verloren, zo valt te lezen in de rapportage. Op 30 november 2020 verloor de ONE Apus 1.816 containers (14.052 teu) en op 16 januari 2021 verloor de Maersk Essen ongeveer 750 containers (13.100 teu). In beide gevallen is er geen enkele container terug gevonden, maar bevinden de containers en de inhoud ervan zich wel in de Stille Oceaan.

Alles bij elkaar opgeteld verloren containerschepen in de periode van vorig jaar november tot en met januari dit jaar naar schatting ruim 2500 containers. Dat is bijna tweemaal zoveel als het gemiddelde in de afgelopen twaalf jaar.

Arbeidsongevallen

Naast de containerverliezen wordt in de rapportage ook het aantal arbeidsongevallen toegelicht. Volgens Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, is dit aantal hoog te noemen. Het gaat over 27 voorvallen aan boord van onder Nederlandse vlag varende schepen, of voorvallen die plaats hebben gevonden binnen de Nederlandse territoriale wateren, in de periode tussen 1 mei 2020 en 1 november 2020.

Deze ongevallen zijn gekenmerkt als ‘serious injury’: letsel opgelopen door een persoon, waardoor de persoon langer dan 72 uur arbeidsongeschikt is, binnen zeven dagen na de datum waarop het ongeval plaatsvond.

De arbeidsongevallen variëren van gebroken enkels, verwondingen in het gezicht en brandwonden tot het verliezen van vingertoppen en snijwonden in ledematen. Uit de rapportage is naar voren gekomen wat de meest voorkomende oorzaken van de ongevallen zijn: beknelling, treffen door vloeistoffen en vallen (van hoogte). De Onderzoeksraad denkt dat meer inzicht in de aard van deze ongevallen kan helpen bij het versterken van het veiligheidsbesef onder werkgevers, werknemers en andere partijen in de maritieme sector.