In de wereldhandel blazen handelaren in namaakproducten volgens de OECD een duchtig partijtje mee: 3,3% van alle handel op aarde bestaat uit nepspul, tezamen goed voor een waarde van ruim 500 miljard dollar, allemaal geld waarnaar de rechtmatige eigenaren van merknamen kunnen fluiten. Op een containerschip van 24.000 teu zou dat percentage van 3,3% betekenen dat achthonderd containers barstensvol geladen zijn met nep-Nikes, zwendel-Nintendo’s, imitatie-Eau de Cologne en fop-Rolexen.

Rekensom

Het simpele rekensommetje betekent waarschijnlijk nog een onderschatting ook, want volgens de OECD belandt een bovengemiddeld deel van de nepgoederen aan boord van containerschepen. Circa 56% van de vervalste koopwaar wordt vervoerd via de containervaart. Koeriers (19%) en de luchtvracht (16%) worden ook behoorlijk veel misbruikt, gevolgd door het vrachtwagenvervoer (7%).

Smokkel van namaakproducten, tabakproducten en wilde dieren bloeit als nooit tevoren, waarschuwt het rapport. Vervalsers vinden in de containervaart een warm bad, onder meer doordat de enorme wereldwijde containerstroom zo anoniem en moeilijk controleerbaar is. De OECD wijst bijvoorbeeld op de categorie ‘parfum en cosmetica’, die met nagemaakte versies van producten als make-up, aftershave, crèmes, shampoo en zelfs tandpasta en tandenborstels veelvuldig in zeecontainers belandt.

Van alle vervalste cosmetica wordt 82% vervoerd in containers, maar als het gaat om het onderscheppen van dit soort producten, is de containervaart helemaal geen koploper. Het maritiem transport is goed voor slechts 15% van de onderschepte nepcosmetica. De meeste onderscheppingen van dit soort producten vindt plaats bij post- en pakketkoeriers. Bij andere productcategorieën is de pakkans vergelijkbaar verdeeld. Stop je als boef je nepspullen in een pakketje, dan is het risico om tegen de lamp te lopen het grootst. Gebruik je een zeecontainer, dan heb je als kwaadwillende handelaar weinig te vrezen.

Bokshandschoenen

Nepspullen in zeecontainers vormen qua waarde 56% van alle nephandel, maar zijn als je alle productcategorieën bekijkt goed voor maar 10% van de onderscheppingen. Pakketjes laten zich ter controle makkelijker openen dan zeecontainers, die volgens de UN Office on Drugs and Crime in minder dan 2% van de gevallen fysiek worden gecontroleerd. En wordt een container wel door de scan gehaald, dan is dat vooral om kwalijke zaken als drugs en wapens op het spoor te komen: het is moeilijk om op basis van de contouren van een product te bepalen of een product nep is of echt.

Sowieso zijn containerscans volgens de OECD nog niet zo ingeburgerd, omdat de aanschaf ervan duur is. En zelfs in havens die wel scanapparatuur hebben staan, wordt gemiddeld maar 10% van de containers gescand, aldus de economische organisatie. De handel in namaakgoederen is voor criminele netwerken door dit alles een ‘low risk, high reward’-activiteit. Overheden zetten niet alles op alles om handelaren in nepspullen achter de broek te zitten omdat ze dit soort activiteiten zien als economische overtredingen in plaats van als klinkklare criminaliteit, signaleert de OECD, en de organisatie vindt dat duidelijk niet terecht. De namaakhandel is wel degelijk crimineel. Normale bedrijven lopen veel geld mis door de concurrentie van nepproducten, terwijl de beunhazen met geknutselde producten als make-up en tandpasta bovendien een serieus gevaar vormen voor de consument, aldus de organisatie.

Tekst gaat door onder de foto

Picture,Of,Red,Open,Containers,In,The,Row. lege container

Zeecontainervervoer

Vervalsers van cosmetica vertonen de grootste voorkeur voor zeecontainervervoer, met in hun kielzog de handelaren in nepmerkschoenen. Daarna volgen voedsel, spellen en speelgoed (een brede categorie met spullen als poppen, skateboards, game consoles, bokshandschoenen, fietsen en ballen), lederen producten en handtassen en allerlei apparatuur, bijvoorbeeld medische.

Alleen voor nepjuwelen gebruiken de handelaren vaker pakketjes dan containers. Namaakmerkkleding (shirts, blousejes, jassen) en nagemaakte dure horloges worden behoorlijk gelijkelijk verdeeld over de containervaart, koeriers en luchtvracht.

Eén van de tactieken waarvan de handelaren zich bedienen, is het vervalsen van documenten. De OECD noemt als voorbeeld het onderschepte transport van 22 containers vol nepsneakers in de haven van New York en New Jersey, een lading die op de markt 472 miljoen dollar had kunnen opbrengen. De criminelen hadden in het ladingmanifest geschreven dat er ventilatoren, vazen en klerenhangers in de containers zaten en hadden de namen gebruikt van bestaande legale importeurs, aangevuld met eigen telefoonnummers. Uit onderzoek van de autoriteiten bleken dezelfde louche handelaren te kunnen worden gelinkt aan 107 eerdere verschepingen waarbij het wel was gelukt om nepgoederen heimelijk de VS binnen te smokkelen.

Ken je klant-processen

Behalve het misbruiken van namen van nette bedrijven en het vervalsen van documenten, is ook manipulatie van producten een beproefde methode om onder de radar van de controlediensten te blijven, schrijft de OECD. Er worden bijvoorbeeld binnenzolen geplakt over het logo van nepmerkschoenen, om die er later vanaf te trekken. Of het logo wordt pas op de nepproducten aangebracht als ze veilig langs de douane zijn geloodst. Doortrapte staaltjes van ondergrondse ‘value added logistics’.

De reguliere rederijen, expediteurs en andere transportondernemingen die door nepspulhandelaren worden misbruikt, hebben volgens de OECD lang niet altijd de juiste systemen geïmplementeerd om nepproducten, nepexporteurs en nepimporteurs te kunnen herkennen. Het is belangrijk dat bedrijven hun bevoorradingsketens zelf goed tegen het licht houden en ‘ken je klant-processen’ implementeren, stelt de organisatie, die vaststelt dat ondernemingen hier en daar heus wel hun best doen om hier verbetering in te brengen.

Belofte

Zo ondertekenden onder meer Maersk, CMA CGM, Kuehne+Nagel en Expeditors vijf jaar geleden een verklaring, de Declaration of Intent to Prevent the Maritime Transport of Counterfeit Goods, waarin ze de ‘destructieve impact’ van nephandel erkenden en de belofte deden om louche handelaren het leven zuur te maken door een betere risicoprofilering, informatie-uitwisseling en trainingen voor het personeel. Hoewel de beloften niet bindend waren, hebben de betrokken logistieke bedrijven zich volgens de OECD sinds het ondertekenen van de verklaring serieus ingezet om de problematiek aan te pakken.

Maar het wordt er door de ontwikkelingen in de wereld niet makkelijker op, signaleert de organisatie. Ze wijst daarbij op China, oorsprongsland van 79% van alle nepgoederen in de wereld (India komt met een aandeel van 5% op de tweede plaats, in Europa draagt Turkije met 0,8% zijn steentje bij). China kan volgens de OECD met haar Nieuwe Zijderoute gaan zorgen voor ‘een aanzienlijke groei van counterfeit in containerschepen via Middellandse Zeehavens’.

De coronacrisis heeft de situatie in de containerlijnvaart, die met zijn allianties, vessel sharing agreements en ‘gefragmenteerde leidinggevende structuur’ volgens de OECD toch al enorm complex is, verder ontregeld door de ‘plotselinge verandering van handelsroutes en herdefiniëring van handhavingsprioriteiten’. Douaniers hebben de laatste tijd wel wat anders aan hun hoofd gekregen dan counterfeits.

Kans

De chaos die de coronacrisis heeft gecreëerd, kan aan de andere kant ook juist kans bieden om de nephandel en de bestrijding ervan weer eens goed onder de loep te nemen en out of the box nieuwe oplossingen te bedenken, stelt de economische organisatie monter.

De ogen zullen daarbij beslist gericht zijn op China, dat zoals gezegd niet alleen ‘fabriek van de wereld is’ voor legale producten, maar ook het land waar de meerderheid van alle nepgoederen vandaan komt. Als het om Europese bestemmingen van al die containers met louche koopwaar gaat, spelen Bulgarije, Roemenië, Kroatië en Griekenland een grotere rol dan je op basis van de grootte van hun containerverkeer zou verwachten, aldus de OECD. Maar de drie Europese landen die verreweg de grootste doorvoerhavens zijn voor nepspul, met zijn drieën goed voor de helft van alle nepimport in de EU, zijn Duitsland, Groot-Brittannië en die logistieke draaischijf aan de Noordzee: Nederland.