De precieze positie van Nederland op de wereldranglijst is ‘minder relevant’, antwoordt de minister, maar een vloot van wezenlijke omvang is volgens haar beslist van belang met het oog op ‘onze belangen als kust- en havenstaat, de bijdrage aan het maritieme cluster en de Nederlandse economie’. Door een flinke eigen vloot te behouden, verzekert Nederland zich volgens Van Nieuwenhuizen niet alleen van werkgelegenheid, maar houdt de overheid internationaal ook ‘invloed op thema’s als veiligheid en verduurzaming van de zeevaart’.

Maritieme autoriteit

Tweede Kamerlid Dijkstra was in de pen geklommen naar aanleiding van het artikel ‘Helpende hand voor rood-wit-blauw?‘ uit Nieuwsblad Transport, waarin werd bericht over de plannen van de minister om een publieke maritieme autoriteit op te richten en de maritieme Nederlandse vlag zo op te stuwen in de vaart der volkeren. In Nederland zijn volgens Van Nieuwenhuizen al regelingen voor de zeevaart van kracht die ‘voor Europese begrippen fiscaal gunstig’ zijn, en in het kader van de toekomstige oprichting van de maritieme autoriteit worden die regelingen nu geëvalueerd. Die evaluatie zal volgens de minister voor de zomer worden afgerond.

Na de zomer volgt dan een definitief besluit over de maritieme autoriteit. ‘De bredere doelstelling is een scheepsregister dat onderscheidend is op het gebied van kwaliteit, klantbeleving en innovatie’, aldus de minister. Dat Maersk onlangs haar laatste containerschepen die nog onder Nederlandse vlag voeren, heeft uitgevlagd, is volgens Van Nieuwenhuizen geen reden tot zorg. Dat besluit heeft ‘niet direct grote negatieve gevolgen voor de bredere maritieme sector in Nederland’, stelt ze. Nederland moet het toch al niet hebben van de grote containerschepen en olietankers, benadrukt de minister. ‘De Nederlandse vloot bestaat vooral uit kleinere droge ladingschepen en een relatief groot aandeel gespecialiseerde schepen.’

Lees ook: Nieuwe ‘maritieme autoriteit’ moet aantrekkingskracht van Nederland als vlaggenstaat vergroten