De Noorse analist Xeneta meldde recentelijk dat de contracttarieven in de containervaart in februari met gemiddeld 9,6% zijn gestegen ten opzichte van januari, toen er al 5,6% ten opzichte van december bij kwam. Het bureau, dat naar eigen zeggen beschikt over een database met 220 miljoen tarieven, zegt dat 2021 ‘een gouden jaar’ voor de containerrederijen belooft te worden. In de onderhandelingen met verladers zijn zij door de enorme vraag en het gebrek aan scheepsruimte en beschikbare containers immers enorm in het voordeel.

Xeneta adviseerde verladers eerder niet te gemakkelijk toe te geven aan commerciële druk van rederijen, maar het komt daar nu gedeeltelijk op terug. Directeur Patrik Berglund wijst erop dat kleinere verladers het risico lopen buitenspel gezet te worden door grotere, meer winstgevende klanten als ze de prijsverhogingen niet slikken. ‘Verladers die hopen op een ​​time-out op dit op hol geslagen podium, moeten misschien vrezen voor meer van hetzelfde’, aldus Berglund.

Uitschieters

De index van de Europese import van het bureau maakte in januari een sprong van 19% tot 132,7 punten, waarmee die 12,5% hoger uitkwam dan een jaar eerder. Voor de Europese export daalde de index juist met bijna 2% tot net onder de 113 punten, ongeveer anderhalf procent minder dan een jaar geleden en bijna 7% minder dan in mei 2020.

In het Verre Oosten was de situatie, niet verrassend, omgekeerd. De index voor de invoer daalde in januari met 4,6% tot 91,9 punten, volgens Xeneta ‘een nieuw historisch dieptepunt’, en ruim 11% lager dan een jaar geleden. De exportindex schoot ruim 15% omhoog tot 145,3 punten, wat dan weer het hoogste punt ooit is en ruim 17,3% boven het niveau van januari 2020.

Het Deense ShippingWatch meldde op basis van gesprekken met logistieke dienstverleners dat de prijzen in jaarcontracten voor vervoer van Oost-Azië naar Europa met 40 tot 50% zijn gestegen, met uitschieters tot 75%. Maersk sprak bij de presentatie van de jaarcijfers wel van ‘significant hogere tarieven’, maar topman Søren Skou wilde zich niet over percentages uitlaten.

Een analyse van Bimco, de grootste mondiale belangenclub in de maritieme sector, laat eveneens zien dat de gemiddelde contractprijzen in het containervervoer sinds de jaarwisseling fors zijn opgelopen. Waar er voor een veertigvoeter van China naar Europa vorig jaar rond de 1500 dollar afgerekend moest worden, schoot het gemiddelde in januari omhoog tot boven de 3000 dollar en in februari tot meer dan 3500 dollar.

Tijdelijke verlenging

Volgens de organisatie kregen de grootste verladers, bedrijven met ladingpakketten van honderdduizenden containers per jaar, voor 2021 min of meer dezelfde tarieven geoffreerd als voor het afgelopen jaar. De categorie verladers daaronder (nog steeds groot, maar geen must-have voor de containerlijnen) kreeg hogere contracttarieven aangeboden en in veel gevallen waren verladers in dit stadium niet bereid om contracten voor 2021 te tekenen.

In plaats daarvan zijn volgens Bimco veel verladers tijdelijke contractverlengingen tegen hogere tarieven tot het einde van het eerste kwartaal van dit jaar overeengekomen. Daarmee kopen ze tijd voor onderhandelingen over de rest van het jaar. De organisatie verwacht dat de tarieven in de nieuwe contracten hoger zullen uitvallen dan die van vorig jaar, maar lager dan die van de tijdelijke verlenging gedurende het eerste kwartaal. Dit speelt vooral in het vervoer op de Trans-Pacific en tussen het Verre Oosten en Europa.

De organisatie laat zien dat het verschil tussen spot- en contractprijzen in het vervoer van het Verre Oosten naar Europa sinds eind vorig jaar veel groter is geworden dan voor transport van het Verre Oosten naar de Verenigde Staten. Voor Europa was dat verschil tot november gemiddeld zo’n 400 dollar (contract: 1800/spot: 2200) en medio februari maar liefst 4700 dollar (contract: 3800/spot: 8500). Voor vervoer van het Verre Oosten naar de Amerikaanse westkust bleef het verschil van rond de 1500 dollar min of meer gelijk.

Feest

Maar volgens Bimco is dat niet het hele verhaal. Verladers die van de spotmarkt afhankelijk zijn, zien hun transportkosten verder oplopen doordat rederijen de marktomstandigheden aangrijpen om allerlei toeslagen in rekening te brengen. Voorbeelden daarvan zijn een congestietoeslag en hogere vergoedingen voor het beschikbaar stellen van containers. Volgens de organisatie kunnen die extra kosten oplopen tot 2500 dollar per container.

Bimco laat verder zien dat het ‘feest’ voor de rederijen, na een voorzichtig herstel van de markt in het tweede kwartaal, vanaf juli pas goed losbarstte. Het duidelijkst is dat te zien aan de Amerikaanse containerimport uit het Verre Oosten. In de eerste zes maanden was het totale volume ten opzichte van 2019 met 8% gedaald. De tweede helft was een heel ander verhaal. De invoer lag toen ruim 21% boven het niveau van het voorgaande jaar en maandelijks kwamen meer dan 1,9 miljoen Aziatische teu’s de Amerikaanse havens binnen.

Bimco verwacht dat de tarieven voorlopig hoog blijven. Voornaamste reden is volgens de organisatie dat het probleem van lokale containertekorten waarschijnlijk pas ergens halverwege het jaar overal ter wereld zal zijn opgelost. Daarnaast denkt de organisatie dat de vraag naar containervervoer voorlopig groot zal blijven omdat regeringen overal ter wereld hun economieën blijven ondersteunen en zo de consumptie aanwakkeren. Wel valt te verwachten dat de vraag zal afnemen naarmate de vrijetijdssector de poorten weer mag openen. Consumenten zullen dan weer een groter deel van hun geld gaan uitgeven aan restaurants, pretparken en festivals en in mindere mate aan al dan niet online gekochte spullen. Veel van die fysieke aankopen zijn bovendien eenmalig, zoals trampolines, fitnessapparaten, bureaustoelen en nieuwe keukens.

Veelbelovend

Bimco denkt dat de termijncontracten waarover momenteel wordt onderhandeld de rederijen in elk geval nog dit jaar ‘een solide inkomstenstroom’ zullen opleveren. ‘Aangezien deze contracten veruit het grootste deel van de vervoerde volumes en de inkomsten van de rederijen vertegenwoordigen, laat de huidige sterkte van de contractmarkt een veelbelovend beeld van hun winstgevendheid zien, zelfs als de tarieven op de spotmarkt beginnen te dalen’, concludeert de organisatie.