De twee SP’ers klommen in de pen naar aanleiding van het Nieuwsblad Transport-bericht ‘Radeloze Nederlandse Maersk-crew vraagt hulp aandeelhouders’ van afgelopen vrijdag, waarin kond werd gedaan van een open brief die de bemanningsleden hadden gestuurd aan de aandeelhouders van Maersk.

Goedkopere werknemers

In hun schriftelijke vragen aan de ministers willen Laçin en Van Kent onder meer weten, of het klopt dat Maersk de 24 arbeidsplaatsen op vijf Maersk-schepen niet schrapt, maar de 24 Nederlandse werknemers op die schepen vervangt door goedkopere werknemers uit andere landen als de Nederlanders weigeren om slechtere arbeidsvoorwaarden te accepteren. ‘Bent u het met de SP eens dat het getuigt van slecht werkgeverschap wanneer een bedrijf werknemers op straat zet om goedkopere werknemers aan te nemen?’, zo geven de twee Tweede Kamerleden in hun volgende Kamervraag al aan hoe zij tegen de kwestie aankijken.

Vorige week stelde Kamerlid Remco Dijkstra (VVD) al Kamervragen over de vijf Maersk-schepen die onlangs door de Deense rederij werden omgevlagd: van de Nederlandse naar de Liberiaanse vlag. Geïnspireerd door die Kamervragen hebben de 24 bemanningsleden inmiddels ook een brief gestuurd naar minister Van Nieuwenhuizen waarin ze stellen dat voor hun functies bij Maersk al vacatures openstaan op schepen die onder andere vlaggen varen. Dit dan weer, zo schrijven de Nederlandse zeevarenden, ‘onder bijvoorbeeld Oekraïense voorwaarden, wat het verlies van de sociale zekerheid, het opbouwen van pensioen zoals wij dat in Nederland kennen, en een enorme vermindering van gage inhoudt’.

Belastingfaciliteit

De bemanningsleden stellen dat het in wezen allemaal draait om de belastingfaciliteit zeevarenden die alleen voor de Nederlandse vlag geldt, en niet voor andere Europese vlaggen. Doordat de belastingdruk per land zo verschilt, zowel binnen Europa als wereldwijd, is het volgens de Nederlandse zeevarenden al lastig om te concurreren met bijvoorbeeld Engelse zeevarenden, ‘laat staan met onze Aziatische collega’s’.