De Nederlandse loodskotter werd destijds voor de Zeeuwse kust aangevaren door de ‘Nord Taurus’, een onder Panamese vlag varend bulkschip, en liep schade op aan brug en romp. Twee bemanningsleden van het loodsvaartuig die op het moment van de aanvaring lagen te slapen, werden door de klap uit bed geslingerd en liepen kneuzingen en schrammen op.

Probleem

Het probleem destijds, zo concludeert de door Jeroen Dijsselbloem voorgezeten Onderzoeksraad, was dat de ‘Nord Taurus’ niet één, maar twee loodsvaartuigen op zijn pad vond. Van die twee was het loodsvaartuig ‘Perseus’ daadwerkelijk aan het werk om de ‘Nord Taurus’ te assisteren en een loods van het bulkschip van boord te halen, maar de ‘Pollux’ was slechts toevallig in de buurt. De bemanning van de ‘Nord Taurus’ ging er routinematig echter van uit dat ook de ‘Pollux’ was toegesneld om hand-en-span-diensten te verrichten en dacht daarom dat de ‘Pollux’ de komst van de ‘Nord Taurus’ wel in de smiezen zou hebben en opzij zou gaan.

De onduidelijke situatie, die leidde tot verwarring en onterechte aannames, was volgens de Onderzoeksraad de oorzaak van het ongeluk. De kapitein van de ‘Nord Taurus’ had behoren te toetsen of zijn aanname dat de ‘Pollux’ met loodswerk bezig was, juist was, vinden Dijsselbloem en zijn mensen. Toch zijn de aanbevelingen die de raad doet, volledig gericht aan het Loodswezen en aan het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust in België. Die behoren extra instructies op te stellen over hoe te handelen wanneer zich meerdere loodsvaartuigen bij elkaar in de buurt bevinden. ‘Loodsen zijn de deskundigen in het vaargebied waar ze werkzaam zijn en hebben daarmee een voorbeeldfunctie ten aanzien van de scheepvaartveiligheid,’ zo schrijft de raad.

Schuld

In het voorjaar had de Rotterdamse rechtbank de schuld voor de aanvaring al ‘voor 100%’ in de schoenen geschoven van het Loodswezen, in een zaak die het Loodwezen uitgerekend zelf had aangespannen tegen de eigenaar van de bulkcarrier.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid boog zich eveneens over het ongeval omdat de aanvaring, ondanks dat er geen ernstige slachtoffers bij vielen, als ‘ernstig’ werd beoordeeld, waardoor Nederland de plicht had om ten behoeve van de internationale scheepvaartgemeenschap lessen te trekken uit het incident. ‘Dit voorval leert. dat voor alle partijen in en rondom een beloodsingsproces helder moet zijn hoe manoeuvres gaan verlopen. Er mag geen ruimte ontstaan voor ongetoetste aannames’, zo luidt volgens de raad de belangrijkste van die lessen.