De ‘SC Connector’ vaart voor de Noorse shortsea-rederij Sea-Cargo, die het ruim twintig jaar oude schip vorig jaar liet voorzien van de 35 meter hoge rotoren. Bijzonder is dat Sea-Cargo een systeem bedacht heeft om die ‘torens’ op en neer te kunnen klappen, zodat het schip onder bruggen door kan. De grote hoogte van de rotoren is een van de redenen waarom de al in de jaren twintig door de Duitse ingenieur en uitvinder Anton Flettner bedachte techniek nooit een succes is geworden.

Volgens de rederij leveren de roterende cilinders een gemiddelde besparing van 25% op het brandstofverbruik op en kan het schip ‘bij gunstige omstandigheden’ zelfs volledig op windkracht varen. Flettner-rotoren maken gebruik van het zogenoemde Magnuseffect, waarbij de draaiing van een object als gevolg van een dwarskracht de voorwaartse beweging van dat object beïnvloedt. Hoewel de ‘SC Connector’ als zeilschip wordt aangeduid, is daarvan feitelijk dus geen sprake.

zeilschip, rotoren, brug, sea cargo

Sea-Cargo onderhoudt lijndiensten tussen de Noorse westkust enerzijds en Denemarken, Nederland en sinds kort ook Zweden en Polen anderzijds. Met de rotoren heeft de 155 meter lange ‘Connector’ een totale hoogte van 56 meter, meer dan de meeste containerschepen. Het schip is verder voorzien van een accupakket, waarmee de hulpmotoren elektrisch worden aangedreven, zodat het schip in principe volledig emissievrij kan varen.

1924

Het eerste schip dat met Flettner-rotoren voer, was de schoener ‘Buckau’, die in 1924 in Duitsland in de vaart kwam. Het schip bleek het op de Noordzee verassend goed te doen en kon scherper ‘aan de wind’ varen dat traditionele zeilende vrachtschepen. Niettemin werden de rotoren na een paar jaar verwijderd omdat conventionele voortstuwing toch goedkoper bleek te zijn.