Op de werven in Noord-Nederland worden vooral shortsea-schepen gebouwd. Het is de enige categorie in de nationale scheepsnieuwbouw waarin het aantal orders vorig jaar is gestegen: van elf in 2018 naar dertien stuks in 2019. In 2017 lag het aantal nieuwbouwopdrachten nog op zeven. Het aantal schepen waaraan wordt gebouwd op de werven aan het Winschoterdiep, Delfzijl en in Friesland is ruim dertig.

De malaise lijkt ook dit coronajaar minder vat te hebben op het werk voor de noordelijke werven. Ze lijken in elk geval minder te worden getroffen door wegvallende vraag dan grotere collega-werven als Royal IHC en Damen Shipyards. ‘We hebben geen signalen dat het op de werven in het noorden nu minder gaat’, zegt De Graaf.

Coronacrisis

Wel zorgt de coronacrisis voor onzekerheid en zet deze een rem op de afronding van contracten, waardoor handtekeningen mogelijk pas in 2021 worden gezet. Ook loopt het werk op de werven zelf volgens De Graaf vertraging op, doordat coronamaatregelen allerlei processen in de weg zitten. Zo is lassen door meer dan één persoon in een binnenruimte van een schip nauwelijks mogelijk vanwege afstandsregels.

De cijfers voor de werven in Groningen en Friesland zijn des te opvallender omdat niet alleen nationaal, maar ook wereldwijd het aantal orders voor zeeschepen keldert. Door protectionisme en internationale onzekerheid is de vraag naar zeevracht op de wereldzeeën gedaald, wat zich snel vertaalt in daling van opdrachten voor werven. In Nederland lijden grote werven als Damen Shipyards en Royal IHC miljoenenverliezen. Eerder al maakte de brancheorganisatie in het jaarverslag over 2019 bekend dat het aantal orders in 2019 voor alle werven bij elkaar ongeveer de helft is van het jaar ervoor. Het aantal schepen dat de werven aan klanten afleverden, daalde van 55 (2018) naar 43 vorig jaar.

Staatssteun

‘We ervaren een dramatische terugval’, aldus De Graaf, die ook naar de banken wijst als oorzaak. ‘Die verlenen steeds minder makkelijk kredieten en garanties aan reders die schepen willen laten bouwen.’ Om daar wat aan te doen is begin dit jaar met overheidssteun het Nesec-fonds opgezet, een fonds dat de financiering van nieuwe schepen moet vergemakkelijken. Het is gevuld met 250 miljoen euro.

De effecten van de wereldwijde coronapandemie zullen pas helemaal duidelijk worden als de statistieken van dit jaar worden opgemaakt, maar optimistisch is De Graaf er alvast niet over. Door de gedaalde vraag naar goederenvervoer, gaat hij uit van een dip in de vraag naar nieuwe schepen die een jaar of drie gaat duren. ‘Daarna zal het beter gaan.’

Omdat de noordelijke werven veelal kleinere schepen voor de Europese kustwateren bouwen, zullen zij de verdere neergang mogelijk minder voelen, denkt De Graaf. Bovendien kan de noodzakelijke vervanging van de ouder wordende shortsea-vloot een impuls geven. Veel schepen van noordelijke reders zijn royaal de leeftijd van twintig jaar gepasseerd.

Staatssteun

Wat volgens De Graaf een steeds groter probleem wordt, is de staatssteun die landen als China en Zuid-Korea geven om de prijzen kunstmatig laag houden. ‘Daarmee kapen ze orders voor de neus van Europese bedrijven weg, ook voor schepen die uitsluitend in Europese wateren varen.’ NMT kaart deze kwestie voortdurend aan in zowel Den Haag als bij de EU. De Graaf zegt dat Aziatische scheepsbouwers hun gang kunnen blijven gaan doordat antidumpingregels niet op schepen mogen worden toegepast. ‘Het is een maas in de regelgeving waar onze industrie erg veel last van heeft.’

Om de verwachte dip te overleven, hebben de scheepsbouwers de hulp van de overheid ingeroepen. Die kan volgens NMT opdrachten voor onder meer de bouw van marineschepen naar voren halen. Ook omdat het huidige coronapakket de sector onvoldoende helpt.

De Graaf: ‘Scheepsbouw is laat-cyclisch en kent langlopende orders. Wij zullen de effecten van de coronacrisis dus pas later gaan merken, misschien pas in 2021.’ De brancheorganisatie werkt zelf aan een landelijk plan voor de komende jaren die de scheepsbouw er bovenop moet helpen. ‘We kunnen hier niet goedkoper bouwen, maar wel slimmer.’

Noord-Nederlandse scheepsbouw traditie

Bekende namen zijn Royal Bodewes en Ferus Smit in Hoogezand, Niestern Sander in Delfzijl, Pattje Waterhuizen in Waterhuizen en Thecla Bodewes Shipyards met werven in Harlingen, Stroobos, Meppel en Kampen. De scheepsbouw in Groningen, Friesland en Drenthe zet jaarlijks circa 1,3 miljard euro om en biedt ruim vierduizend mensen werk. Meer dan honderd bedrijven zijn er direct actief: ontwerpbureaus, werven, toeleveranciers, reders, havens en onderwijs. Daarnaast is er een flink aantal bedrijven dat indirect economisch voordeel heeft, denk bijvoorbeeld aan de cateraar die de broodjes voor een bijeenkomst levert.