De minister baseert zich daarbij op een rapport van het onderzoekscentrum Marin over de omstandigheden op zee toen de ‘MSC Zoe’ in de nacht van 1 op 2 januari 2019 op de zogenoemde zuidelijke route tijdens een storm 342 containers kwijtraakte. Een deel van de inhoud van die containers spoelde aan op de stranden van de Waddeneilanden. Dat leidde tot maandenlange opruimacties en het nodige getouwtrek over de kosten daarvan.

Uit het onderzoek blijkt dat het risico op containerverlies op de zuidelijke route groter is dan op de noordelijke route, maar ook dat dit risico sterk afhangt van specifieke weersomstandigheden en de karakteristieken van het schip. De minister zegt dat ze schepen niet dwingen kan de noordelijke route te nemen en dat de Kustwacht alleen advies kan geven. Rederijen geven in principe de voorkeur aan de zuidelijke route richting Hamburg omdat die korter en dus sneller en goedkoper is dan de noordelijke route.

Vijf meter

In een brief aan de Tweede Kamer zegt Van Nieuwenhuizen nu dat ze wil dat de Kustwacht zich gaat baseren op ‘voorlopige beperkende golfhoogtes’ die het Marin voor drie typen containerschepen (feeder, Panamax en ULCS) heeft vastgesteld. Bij die golfhoogtes bestaat de kans dat er containers overboord gaan. In sommige gevallen liggen die hoogtes lager dan vijf meter. Bij die grens adviseert de Kustwacht schepen nu de noordelijke route.
Volgens de minister ‘gaat de Kustwacht hiermee aan de slag, maar heeft die tijd nodig om de verbreding van het advies goed in te regelen’. Volgens Marin is verder onderzoek nodig om definitieve beperkende golfhoogtes te bepalen.

De bewindsvrouw kondigt verder aan dat het kabinet nog voor het geplande algemeen overleg Maritiem met de Kamer op 3 december integraal zal reageren op de onderzoeksrapporten over het containerverlies van de ‘MSC Zoe’. Ook zal ze toelichten hoe het Waddengebied beter tegen containerverlies beschermd kan worden. Het gaat daarbij onder meer om de ‘routespecifieke risico’s’ op het vaargebied en de aanbevelingen die Marin en de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) hebben gedaan.

Verder komt de minister met de kabinetsreactie op de gevolgen van de schaalvergroting in de containervaart en de manier waarop Nederland hiermee in IMO-verband en nationaal wil omgaan. Uit het onderzoeksrapport van de OvV bleek dat zowel de noordelijke als de zuidelijke vaarroute bij een noordwesterstorm zeer riskant is voor grote, brede containerschepen als de ‘MSC Zoe’ van 18.400 teu.

Sjormaterialen

Zulke schepen krijgen bij zo’n storm hoge dwarsscheepse golven te verduren, waardoor ze extreem gaan slingeren. Daardoor kunnen sjorringen, waarmee de containers aan boord worden gefixeerd, het begeven. Bovendien is het risico groot dat de bijna 400 meter lange en 60 meter brede schepen dan de zeebodem raken. De Onderzoeksraad vindt dat er internationale standaarden moeten komen voor de kwaliteit van sjormaterialen aan boord van containerschepen.