Een belangrijke werkgroep binnen de International Maritime Organization (IMO), een agentschap van de Verenigde Naties, heeft ingestemd met een voorstel om tot juridisch bindende afspraken voor bestaande schepen te komen. De ontwerptekst gaat nu naar de milieucommissie (MEPC) van de IMO, die in de tweede helft van november bijeen komt. De verwachting is dat partijen de aanbevelingen van de werkgroep overnemen.

Belangrijkste verandering is de introductie van een nieuw systeem om de uitstoot van broeikasgassen door bestaande schepen terug te dringen. Tot nu toe hebben de meeste regels betrekking op nog te bouwen schepen, waardoor reductie hoe dan ook een zaak van lange adem is. Klimaat- en milieugroeperingen dringen al langer aan op aanpassing van bestaande schepen (retrofit), omdat de IMO-doelstelling van 40% minder emissie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 2008 volgens hen anders onhaalbaar is.

Etiket

De IMO komt nu met een carbon intensity indicator (CII) voor alle schepen van meer dan 5000 ton, die op basis daarvan worden ingedeeld in vijf klassen, van A tot en met E. A staat daarbij voor ‘overwegend superieur’, C voor ‘matig’, E voor ‘inferieur’. Het uitgangspunt is dat schepen minimaal een C moeten scoren. Schepen die drie jaar achter elkaar een D- of E-etiket hebben, moeten een verbeterplan maken. Onduidelijk is wat er gebeurt als scheepsexploitanten niet aan de regels voldoen. De IMO wil het systeem uiterlijk in 2026 evalueren.

Verder wordt het systeem van de Energy Efficiency Design Index voor nieuwe schepen uitgebreid met de Energy Efficiency Existing Ship Index (EEESI) voor bestaande schepen. Die geeft de energie-efficiëntie van een schip weer ten opzichte van een bepaald minimumniveau. De CII en de EEESI dienen dan weer als basis voor het al verplicht gestelde Ship Energy Efficiency Management Plan, waarin de scheepsexploitant aangeeft welke operationele maatregelen hij neemt om emissies terug te dringen. De IMO spreekt van een dubbele benadering omdat zo technische en operationele maatregelen worden gecombineerd.

Als het voorstel door de MEPC wordt aangenomen, duurt het sowieso tot ver in 2022 voor de nieuwe regels van kracht worden. Ze worden dan onderdeel van het Marpol-verdrag uit 1973, dat in de loop der jaren sterk is uitgebreid. Daarin is bepaald dat ontwerpwijzigingen van het verdrag minstens zes maanden vóór goedkeuring onder de lidstaten moeten worden verspreid, en dat ze op zijn vroegst zestien maanden na goedkeuring in werking treden. Of er een drempel in de vorm van een minimum aantal goedkeurende landen en/of een minimumhoeveelheid deelnemende tonnage wordt ingebouwd, is onduidelijk.

Gereserveerd

Branche-organisatie Bimco, die zegt ongeveer twee derde van de wereldvloot te vertegenwoordigen, toont zich gereserveerd in haar reactie. ‘Belangrijke elementen ontbreken nog, waardoor het onmogelijk is om het effect van het voorstel in te schatten. Het is onduidelijk hoe koolstofefficiëntie moet worden gemeten. Of de ambitie voor 2030 wel of niet gehaald wordt, hangt helemaal af van de gekozen maatstaf en de gevolgen daarvan voor schepen’, aldus de organisatie. Ze wijst erop dat sommige landen en organisaties hebben aangegeven dat het voorstel niet voldoet aan de initiële IMO-strategie en het Akkoord van Parijs uit 2015. ‘Hierop kunnen we alleen maar zeggen: we weten het niet.’

Directeur John Butler van de lijnvaartlobbygroep World Shipping Council is voorzichtig positief: ‘Het is gemakkelijk om de uitkomst te bekritiseren, maar het alternatief kan een langdurige mislukking op het gebied van klimaatverandering zijn. We moeten dit harde werk volhouden, maar de taak is urgent en we moeten verder en sneller gaan. Zolang onze brandstofopties op koolstof zijn gebaseerd, zullen de broeikasgasreducties beperkt zijn. Efficiëntie is belangrijk, maar lost het probleem niet op’, laat hij optekenen.

De International Chamber of Shipping, die zegt als enige de hele maritieme sector te vertegenwoordigen en 80% van de wereldvloot tot zijn achterban rekent, is uitgesproken positief. ‘Deze overeenkomst laat de wereld zien dat de scheepvaartsector stevig op weg is om de ambitieuze IMO-doelstellingen voor CO2-reductie te halen en uiteindelijk een nul-emissie-sector te worden, zegt secretaris-generaal Guy Platten. Volgens hem geeft het plan daarmee ‘een duidelijk signaal af over de investeringen die de bedrijfstak moet doen om de uitstoot verder te verminderen’.

Business as usual

In een uitgebreide reactie zegt de European Federation for Transport and Environment (EFTE), waarbij namens Nederland Natuur & Milieu en Milieudefensie zijn aangesloten, dat het voorstel slechts een reductie van broeikasgas-emissies oplevert van 0,65% tot 1,3% ten opzichte van ‘business as usual’. In dat scenario komt de uitstoot in 2030 volgens hen 15% boven die in 2008 uit. Verder noemt de federatie de termijn van drie jaar om met een verbeterplan te komen ‘een maas in de wet’ en hekelt ze het ontbreken van sancties bij niet-naleving.

Met name programmadirecteur scheepvaart Faig Abbasov van EFTE, een paraplu-organisatie van 63 Europese klimaat- en milieuclubs, heeft geen goed woord over voor de IMO-plannen. Volgens hem heeft het VN-agentschap ‘de wereld opnieuw laten zien dat die alleen cosmetische veranderingen kan bewerkstelligen’. Abbasov vindt dat EU-landen er via de Europese Green Deal aan moeten werken om die leemte te dichten.

Tijdverspilling

De milieucommissie van het Europees Parlement stemde in juli in met het voorstel om het emissierechtenstelsel ook voor de scheepvaart te laten gelden. De World Shipping Council is daar mordicus tegen en stelt dat Europa daarmee zijn boekje ver te buiten zou gaan omdat die daarmee een internationale sector verplichtingen zou opleggen. Volgens Butler zou dat zelfs tot nieuwe spanningen tussen Europa en zijn handelspartners kunnen leiden. Het is overigens niet duidelijk wanneer het voltallige parlement zich over de zaak buigt.

De Clean Shipping Coalition, waarbij tien maritieme klimaat- en milieuorganisaties waaronder de Stichting Noordzee zijn aangesloten, stelt dat de voorstellen ‘door de sector zijn gesponsord’ en geen wetenschappelijk advies weerspiegelen. President John Maggs: ‘Het Intergovernmental Panel on Climate Change heeft duidelijk gemaakt dat de komende tien jaar cruciaal zijn om gevaarlijke opwarming van de aarde te vermijden. Dit voorstel verspilt die tien jaar en zorgt ervoor dat de uitstoot gedurende die periode of nog langer blijft stijgen’.