Jet fuel, in de volksmond meestal kerosine genoemd, is normaal gesproken een van de duurste brandstoffen die het kraken van ruwe olie oplevert. Bovendien worden er veel hogere eisen aan gesteld dan aan maritieme brandstoffen. Zo mag er absoluut geen water in zitten vanwege het gevaar van bevriezing op grote hoogte, wat tot levensgevaarlijke situaties kan leiden.

Volgens persbureau Bloomberg bereikten de prijzen van jet fuel in mei een niet eerder gezien dieptepunt van twintig dollar per barrel. Dat lag onder het niveau van de toen overigens ook sterk gedaalde prijs van vlsfo, zwavelarme maritieme stookolie. Daardoor werd het lonend om de veel hoogwaardiger vliegtuigbrandstof te vermengen met scheepsbrandstof.

Aan flarden

Volgens gegevens van IATA is zowel de prijs van ruwe olie als van jet fuel sindsdien gestegen tot rond de veertig dollar per barrel. Voor vlsfo moet in Rotterdam deze maand rond de 300 dollar per ton betaald worden, ruim boven de prijs van jet fuel. ‘Alleen in een situatie waarin de economie aan flarden ligt, zien we dure vliegtuigbrandstof rechtstreeks in scheepsbrandstof verdwijnen’, reageerde een analist bij de Duitse consultant consultant JBC Energy.

Hoewel de malaise in de luchtvaart de scheepvaart een meevaller oplevert, kan jet fuel niet onbeperkt in scheepsmotoren worden verstookt. Zo heeft het een veel lager vlampunt, waardoor het brandgevaar aan boord en stuk groter zou worden.