Dat becijfert het Internationaal Energieagentschap in zijn pas verschenen rapport Energy Technology Perspectives 2020. De club van vooral westerse landen verwacht voor de korte termijn het meest van het gebruik van biobrandstoffen en het zuiniger omspringen met brandstoffen. Beide mogelijkheden kunnen al binnen vijf jaar worden toegepast.

‘Biobrandstoffen zijn de meest veelbelovende brandstofoptie voor de scheepvaart op korte tot middellange termijn, omdat geleidelijk hogere aandelen kunnen worden bijgemengd bij stookolie en gasolie zonder dat er nieuwe motoren nodig zijn’, aldus het IEA. Die denkt dat het bijmengen kan toenemen van de huidige ‘verwaarloosbare niveaus’ tot 25 miljoen ton in 2040 en 50 miljoen ton in 2060, ongeveer een vijfde van het totale verbruik in de scheepvaart.

Regelgeving

De introductie van waterstof en ammoniak op enige schaal zal nog zeker een decennium op zich laten wachten, aldus de IEA. Die wijst erop dat schepen zo’n twintig tot dertig jaar meegaan. Daardoor zullen de meeste schepen die in 2030 in de vaart komen in 2050 nog steeds varen, hetgeen de overschakeling op nieuwe brandstoffen vertraagt, ‘tenzij er regelgeving komt die vervroegd uit de vaart nemen aanmoedigt of verplicht stelt’.

Gebeurt dat niet, dan zal het gebruik van waterstof en ammoniak als brandstof voor de scheepvaart volgens de IEA pas na 2050 serieuze vormen aannemen. Volgens het rapport zouden die energiedragers in 2070 zo’n 16% van het maritieme olieverbruik kunnen vervangen.