Dat vragen maritieme deskundigen zich vertwijfeld af na bestudering van satellietbeelden van de regio door onder meer het Israëlische maritieme analysebureau Windward. Daaruit blijkt dat alle andere schepen weg stuurden van de zware tai fung, die windsnelheden van boven de 300 kilometer per uur bereikte. Op de plek waar de ‘Gulf Livestock 1’ verdween, liep de windsnelheid op tot 200 kilometer per uur en stonden naar alle waarschijnlijkheid golven van meer dan vijftien meter.

Onduidelijk is of de communicatieapparatuur van het schip goed werkte. Als dat het geval is, is het voor een gezagvoerder vrijwel onmogelijk om stormwaarschuwingen te missen. Het is staande praktijk om de koers bij een ernstige stormwaarschuwing te verleggen en de storm zoveel mogelijk te ontwijken. Bekend is wel dat de Filipijnse kapitein in de nacht voorafgaand aan de verdwijning in paniek met zijn vriendin heeft gebeld, zeggende dat hij bad dat de tyfoon zou gaan liggen.

‘Dana Hollandia’

Volgens een van de geredde Filipijnen, Sareno Edvarodo, was de voortstuwing van het schip uitgevallen en is het gekapseisd nadat het door een enorme golf was geraakt. De bemanning had toen al opdracht gekregen reddingsvesten aan te trekken. Edvarodo zei dat hij in het water is gesprongen en geen andere opvarenden meer heeft gezien voordat hij werd gered. Het andere bemanningslid werd pas twee dagen later gevonden op een dobberend reddingsvlot.

Het is de vraag in hoeverre vlaggenstaat Panama bereid is een diepgaand onderzoek naar de toedracht van de scheepsramp in te stellen. De gang van zaken rond de schipbreuk van de eveneens Panamese ‘Wakashio’ geeft wat dat betreft weinig reden voor gerustheid. Het Panamese register gaf na de stranding een verklaring uit waarin gesteld werd dat de bemanning manoeuvres had uitgevoerd om de koers te verleggen, terwijl analyse van satellietbeelden klip en klaar aantoonde dat de bulkcarrier in rechte lijn op de zuidwestelijke punt van het eiland is afgevaren.

Het veeschip had 43 opvarenden aan boord, van wie twee Filipijnse mannen uit zee zijn gered. Gevreesd wordt dat de andere 41, en de 5800 stuks vee aan boord, zijn omgekomen. Een opvarende is levenloos uit het water gehaald. Het achttien jaar oude schip zond vorige week dinsdagnacht een noodoproep uit toen het naar schatting 180 kilometer ten westen langs het Japanse eiland Amami Oshima in de Oost-Chinese Zee voer. Daarna is er niets meer van vernomen.

De Japanse kustwacht hervatte deze week de zoektocht naar het schip en de opvarenden nadat dit door de weersomstandigheden een tijd lang onmogelijk was. Gezien Edvarodo’s verklaring lijkt het duidelijk dat het schip is gezonken, en is de kans dat er nog meer overlevenden worden gevonden uitermate klein. Daarmee zou het een van de grootste scheepsrampen van de afgelopen jaren zijn.

Containerschip

De 134 meter lange ‘Gulf Livestock 1’ werd in 2002 als containerschip van 630 teu in Duitsland te water gelaten en pendelde jarenlang onder de namen ‘Maersk Waterford’ en ‘Dana Hollandia’ tussen Rotterdam en een reeks Ierse havens. Het shortseaschip werd in 2015 door de oorspronkelijke eigenaar Jungerhans verkocht en in Turkije verbouwd tot lifestock carrier. Daarna werd het omgedoopt in ‘Rahmeh’ en in april vorig jaar al varende in ‘Gulf Livestock 1’. Naar aanleiding van het ongeluk zullen ongetwijfeld vragen worden gesteld over de geschiktheid van een voormalig verbouwd shortsea-schip op een deepsea-route, waar orkanen geen ongewoon verschijnsel zijn.

Het schip was met een lading van 5600 koeien onderweg van Napier in Nieuw-Zeeland naar Tangshan in China. De Nieuw-Zeelandse dierenrechtenorganisatie Safe, die al jaren strijdt voor een totaal exportverbod op levend vee, heeft de messen al geslepen. De organisatie heeft foto’s gepubliceerd van de ‘afgrijselijke omstandigheden’ waaronder de dieren volgens Safe worden vervoerd. Die foto’s zijn vorig jaar aan boord van de ‘Gulf Livestock 1’ genomen en tonen ernstig vervuilde koeien in een dikke laag drek. Volgens Safe wijst niets erop dat de omstandigheden sindsdien zijn verbeterd.

Minister van Landbouw Damien O’Connor zei eerder dit jaar na de publicatie van een onderzoeksrapport over de sector dat ‘een voorwaardelijk verbod op de export van levend vee een van de opties is die worden overwogen’. Volgens het onderzoek, dat werd ingesteld nadat bij transporten duizenden dieren waren omgekomen, bedroeg de waarde van de export van levend vee vorig jaar 54 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar, iets meer dan 30 miljoen euro.

Amman

Het schip werd geëxploiteerd door de in Amman gevestigde Hijazi & Ghosheh Group. Dat houdt zich, onder meer via het dochterbedrijf Livestock Shipping Services, op grote schaal bezig met vervoer over zee van rundvee en schapen volgens Islamitische normen. Het heeft een groot dochterbedrijf in Australië en beschikt over elf lifestock carriers, schepen waarvan de grootste maar liefst 110.000 schapen kunnen herbergen.

Het dochterbedrijf Turkey Angosta Livestock importeert jaarlijks meer dan 100.000 stuks vee uit onder meer Australië, de Verenigde Staten, Brazilië, Argentinië en Nieuw Zeeland naar tal van landen in de Golfregio en Noord-Afrika. Op zijn site zegt de groep dat het onder de naam Angos Livestock enorme boerderijen bezit in Australië, Mexico en Uruguay, plus kleinere in nog 25 andere landen, met genoeg ruimte voor meer dan twee miljoen dieren. Onder de curieuze slogan ‘The number of the world’ beroemt Angos zich erop ‘over de hele wereld ongelimiteerd levende dieren te im- en exporteren’.