De operatie wordt geleid door het Nederlandse bedrijf Smit Salvage, dat eind juli al in de arm was genomen toen de ‘Wakashio’ nog ‘gewoon’ een gestrand schip was en het vaartuig nog geen milieuramp had veroorzaakt.

Doormidden gebroken

Die ramp lijkt nog met de dag groter te worden. Weliswaar is het overgrote deel van de olie uit het schip weggepompt, maar restanten olie komen nog wel in zee terecht sinds het schip dit weekend doormidden brak. Plannen om ook die restanten netjes op te ruimen, werden de afgelopen dagen doorkruist door slecht weer, hetzelfde slechte weer dat het gestrande en gehavende schip dit weekend definitief doormidden brak.

De extra vervuiling komt bij de ruim duizend ton olie die anderhalve week geleden al wel in zee lekte en die een ernstige bedreiging vormt voor het natuurschoon van het Blue Bay Marine Park van Mauritius – door de Unesco erkend als werelderfgoed.

Sébastien Lecornu, de Franse minister van overzee die in Mauritius poolshoogte is komen nemen, sprak de vrees uit dat de schoonmaakwerkzaamheden weleens tien maanden in beslag zouden kunnen nemen.

Woedend

Greenpeace schrijft in een woedende open brief aan directieleden van de betrokken scheepvaartbedrijven (Nagashiki Shipping, MOL) dat de olie uit de ‘Wakashio’ nu ‘een van de mooiste plekken in de wereld aan het verwoesten is’. De excuses die de bedrijven inmiddels hebben aangeboden, noemt Greenpeace ‘een eerste stap’. De milieuorganisatie eist dat alle schade vergoed gaat worden, en dat de bedrijven zelf in de buidel zullen tasten als de Japan P&I Club en de verzekeraars niet alles betalen.

Greenpeace eist ook dat de scheepvaartroute zo vlakbij Mauritius niet meer gebruikt wordt door schepen die daar niets te zoeken hebben, en dringt er bij de scheepvaartbedrijven op aan dat ze dit ongeluk opvatten als een harde les om te stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen.