Maritieme bedrijven laten normaliter graag de spierballen rollen door nieuwe schepen te bouwen die nog groter zijn dan de vorige, maar dat was niet waar het ‘Rolling Plan 2020’ om draaide dat onlangs door het Japanse scheepvaartconcern Mitsui OSK Lines (MOL) werd gepresenteerd. Veertig schepen, goed voor circa 5% van de vloot van het bedrijf, wil het afstoten, met name tankers, bulkschepen en car carriers. De collega’s van ‘K’Line kwamen afgelopen week met een vergelijkbaar, nog ietsje krasser voornemen. ‘K’Line wil binnen vijf jaar 52 schepen afstoten, zo’n 15% van de vloot. Twintig van de ‘K’Line-vaartuigen moeten al in het lopende fiscale jaar, dat in Japan duurt tot 31 maart 2021, worden wegbezuinigd. Er zullen capesize-, panamax- en kleinere bulkschepen bij zijn en ook car carriers, kolenschepen en wood chip carriers.

Naar de sloop

Het Japanse transportconcern NYK bracht op zijn beurt recent al meerdere oudere car carriers naar de sloop. Het vervoer van auto’s overzee is een van de markten waarin Japanse scheepvaartbedrijven normaal een duchtig partijtje meeblazen, maar nu vanwege de coronacrisis consumenten de hand op de knip zijn gaan houden en de autoverkopen wereldwijd zijn ingezakt, krijgen de Japanse concerns daar een flinke klap van. En in het bulkvervoer hadden de reders sinds het uitbreken van de coronacrisis onder meer last van de dalende productie in Japanse en Europese staalfabrieken.

De multifunctionaliteit van de Japanse transportconcerns was de afgelopen maanden soms ook juist een voordeel. Zo maakte NYK in de luchtvracht winst dankzij de hoge tarieven die in dat marktsegment konden worden gerekend voor met name het vervoer van medische hulpmiddelen.

Reuzensprong

Ocean Network Express (ONE), de gezamenlijke containerrederij van ‘K’Line, MOL en NYK, wist zich in het eerste kwartaal van het Japanse fiscale jaar (april-juni), op het hoogtepunt van de coronacrisis, méér dan staande te houden. De activiteiten van ONE leverden omgerekend 140 miljoen euro winst op, een reuzensprong vergeleken met de 4 miljoen euro winst uit dezelfde periode een jaar geleden. En dan te bedenken dat die bescheiden winst vorig jaar ook al reden was geweest om de vlag uit te hangen, aangezien het in 2016 gesloten containerhuwelijk tussen de Japanse rederijen in de eerste jaren een huishoudboekje vol dieprode cijfers had opgeleverd.

Dat de containerrederij uitgerekend in coronatijd beter scoorde dan ooit, was gedeeld geluk met de hele containerlijnvaart. De coronapandemie zorgde weliswaar voor een veel kleiner ladingaanbod, maar door capaciteit tijdelijk uit de vaart te nemen, de tarieven hoog te houden en tegelijkertijd door de algemene marktontwikkelingen een flink lagere brandstofrekening te krijgen, hielden de rederijen onderaan de streep toch meer geld over aan hun containeractiviteiten.

Containerschepen

Containerschepen staan bij de Japanse reders dan ook niet op het lijstje van vaartuigen die worden bedankt voor bewezen diensten. Ze vormden een lichtpuntje in een verder nogal donkere periode. Zelfs het kantoorleven, het kloppende hart van de Japanse samenleving, werd door de pandemie verstoord. Zo werkt MOL op zijn hoofdkantoor in Tokyo vanwege een nieuwe stijging van het aantal Japanse coronabesmettingen nu met een personeelsbezetting van 30%. Door plaatsing van kuchschermen en het gebruik van vergaderzalen als kantoorruimte probeert het bedrijf toch nog zoveel mogelijk werknemers plaats te bieden, terwijl er een projectteam is aangesteld om nieuwe werkmethoden te bedenken met mogelijk meer bijkantoren.

Waar MOL in het fiscale jaar 2019 nog omgerekend 440 miljoen euro winst maakte, verwacht het scheepvaartbedrijf dit jaar geen cent winst te maken. Maar ook geen cent verlies: het bedrijf ziet door de verrekijker een resultaat van precies 0 yen. De vooruitzichten bij ‘K’Line zijn somberder met een verwacht verlies van omgerekend 225 miljoen euro. NYK voorziet als enige nog wel zwarte cijfers, met een voorspelde winst van 160 miljoen euro. Al zou dat voor NYK toch ook niet direct de hoofdprijs zijn: het zou meer dan een halvering betekenen vergeleken bij de winst van 2019. De Japanse bedrijven gaan er in hun ramingen wel vanuit dat de wereldeconomie in de tweede helft van het jaar weer wat opkrabbelt en geen nieuwe mokerslag krijgt van het coronavirus.

Vlootoptimalisering

In het volgende fiscale jaar, 2021, zou het economisch herstel en het weer op gang komen van de goederenstromen volgens ‘K’Line de winstcijfers met meer dan 30 miljard yen kunnen opkrikken. Het beoogde financiële voordeel van het afstoten van schepen is vergeleken daarbij een schijntje: 2,5 miljard yen.

Dat zal de reders er evenwel niet van weerhouden om hun ‘vlootoptimalisering’ door te zetten. Met de bulkschepen en car carriers die ze wel behouden, willen ze bij voorkeur met langetermijncontracten werken om de stabiliteit van hun bedrijfsvoering te waarborgen. Bovendien willen ze een sterkere positie opbouwen in het lng-vervoer. Zo bestelde MOL al vijf nieuwe lng-tankers waarvan er twee nog dit jaar worden opgeleverd.

Door de scheepsvloot aan te passen, hopen de Japanse reders in alle takken van transport financieel weer in comfortabel vaarwater te komen, zoals ze met hun ONE-containerinitiatief na een aanvankelijke stroeve start inmiddels lijkt te zijn gelukt.

Dat er in internationale overheidskringen de laatste tijd stemmen opgaan om de uitstoot van broeikasgassen in de scheepvaart veel radicaler af te bouwen, is in de Japanse toekomstplannen nog niet doorgedrongen. Zo gaat ‘K’Line in haar ‘environmental vision 2050’, afgedrukt bij de nieuwste financiële cijfers, nog als vanouds uit van een reductie van 50% broeikasgassen in het jaar 2050 ten opzichte van het niveau van 2008, in plaats van de volledig emissieloze scheepvaart waarvoor nu in toenemende mate wordt gepleit.

Ramp met Wakashio

Akihiko Ono, vice-president van Mitsui OSK Lines, maakte afgelopen weekend op een persconferentie een diepe buiging ter verontschuldiging voor de grote olielekkage van het bulkschip ‘Wakashio’ voor de kust van Mauritius, het bij toeristen populaire ‘bountyeiland’ in de Indische Oceaan.

De ‘Wakashio’, eigendom van het Japanse Nagashiki Shipping en gecharterd door MOL, was op weg van China naar Brazilië toen het eind juli bij Mauritius aan de grond liep. Afgelopen donderdag scheurde een van de tanks van het schip en vloeide ruim duizend liter zwarte bunkerolie het azuurblauwe water in, op een steenworp afstand van het belangrijkste natuurgebied van het eiland, waar mangrovebomen en koraalriffen een thuishaven bieden aan tropische vissen, schildpadden en vogels. Mauritius riep een dag na de grote lekkage de noodtoestand uit. Bij het ter perse gaan van deze krant bestond de dreiging dat het schip doormidden zou breken, en daarmee van een nog grotere milieuramp. Premier Pravind Jugnauth waarschuwde zijn volk, dat sterk afhankelijk is van het natuurschoon en het toerisme, dat het zich moest voorbereiden op ‘het allerergste’.