Dat is de slotconclusie van een omvangrijk wetenschappelijk onderzoek dat tien instituten in opdracht van de International Maritime Organization (IMO, onderdeel van de VN) hebben uitgevoerd. Het onderzoek stond onder leiding van het Nederlandse bureau CE Delft, dat veel in opdracht van overheden werkt. Tien lidstaten, waaronder Nederland, droegen gezamenlijk bijna een half miljoen dollar bij aan de kosten van de studie.

Scheepsniveau

Het onderzoek laat zien dat de sector de zogenoemde ecologische voetafdruk (carbon footprint) op scheepsniveau weliswaar met 11% heeft verminderd, maar ook dat de efficiëntiewinst wordt overvleugeld door de economische groei. De bijdrage van het mondiale vervoer over zee aan de totale uitstoot van broeikasgassen – naast CO2 gaat het om methaan en stikstofoxiden – is in de onderzochte periode iets gestegen, van 2,76 tot 2,89%.

De onderzoekers verwachten dat de emissies zonder aanvullende maatregelen tot 2050 met 50% toenemen ten opzichte van het niveau van 2018. De efficiencywinst zal verder stijgen, maar zal opnieuw overgecompenseerd worden door de groeiende vraag naar transport, denken ze. Ze stellen voorts dat de coronapandemie tijdelijk voor dalende emissies zal zorgen, maar dat de impact van de crisis niet van wezenlijke invloed is op de prognoses voor de komende decennia.

Projectmanager Jasper Faber van CE Delft stelt dat het lijvige onderzoeksrapport van maar liefst 578 pagina’s ’een feitelijke basis biedt voor onderhandelingen over maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen door de scheepvaart aan te pakken’. Het is de vierde keer dat de IMO het onderzoek laat uitvoeren.

Neerwaarts bijgesteld

Volgens Faber zijn de onderzoeksmethoden flink verbeterd ten opzichte van de vorige rapportage, die in 2015 werd gepubliceerd en over de periode tot 2012 ging. De emissies van 2008 zijn opnieuw berekend en neerwaarts bijgesteld, van 940 miljoen ton tot 794 miljoen ton. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben, aangezien in de IMO is overeengekomen dat de sector de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met de helft moet hebben verminderd ten opzichte van het referentiejaar 2008.

De Europese Federatie voor Transport en Milieu vindt dat de onderzoeksresultaten aantonen dat de Europese Unie werk moet maken van de plannen om de scheepvaart onder het Europese systeem van emissiehandel (EU ETS) te brengen en dat er emissieplafonds per afgelegde mijl voor varende schepen moeten komen. De milieucommissie van het Europees Parlement heeft vorige maand ingestemd met een voorstel van die strekking.

Volgens het plan zou de halvering van de CO2-uitstoot door de Europese zeescheepvaart ten opzichte van 2008 al in 2030 bereikt moeten worden, twintig jaar eerder dus dan de IMO-doelstelling. Dit voorstel wordt waarschijnlijk in september door het voltallige Europees Parlement behandeld. Europese redersorganisaties zijn fel tegen dit plan: ze stellen dat het EU-schepen in een nadelige positie ten opzichte van schepen uit andere landen zou brengen.

IMO-doelstelling

Ondanks het enorme gat tussen de IMO-doelstelling (minus 50% CO2 in 2050) en de prognose van de onderzoekers (+50% in dat jaar), meent de Nederlandse redersvereniging KVNR dat de zeevaart ‘op koers ligt’ om de doelstelling alsnog te halen. Volgens klimaat- en milieuspecialist Nick Lurkin laat de studie zien dat sinds 2008 een relatieve reductie, per schip dus, van
gemiddeld 29,4% is bereikt. Daarmee is volgens hem
de tussentijdse IMO-doelstelling goed haalbaar.

Lurkin stelt verder dat zeeschepen gemiddeld 25 jaar operationeel zijn en ‘niet eindeloos aangepast kunnen worden totdat ze klimaatneutraal zijn’. De echte winst moet volgens hem komen van een nieuwe generatie schepen die zoveel schoner is dan de huidige, dat de 2050-doelstelling ondanks de huidige achterstand haalbaar is. Lurkin: ‘De sector zal niet elk jaar een afname van een gelijk en vast percentage laten zien. Maar over ongeveer tien jaar moet het ineens snel gaan door de introductie van zeeschepen die niet of nauwelijks broeikasgassen uitstoten’. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat de eerste Nederlandse klimaatneutrale schepen nog dit decennium in de vaart zullen komen.

Geen harde eis

Volgens de redersvereniging draait het de komende tien jaar vooral om de zoektocht naar nieuwe schone, veilige en rendabele technologieën. Daarbij gaat het om de vraag hoe nieuwe zeeschepen klimaatneutraal kunnen varen. ‘Nieuwe schepen die vanaf 2030 worden opgeleverd, varen in 2050 nog en moeten dan ook bijdragen aan de halvering van de emissies ten opzichte van 2008’, aldus de redersvereniging.

De Nederlandse maritieme sector heeft overigens in een Green Deal met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat afgesproken een broeikasgasreductie van 70% ten opzichte van 2008 na te streven. Dat laatste woord is cruciaal: het is geen harde eis waar consequenties aan worden verbonden. Dat geldt overigens ook voor 50%-doelstelling van de IMO.

Branchevereniging Netherlands Maritime Technology (NMT) komt in een reactie op het IMO-rapport tot vergelijkbare conclusies. Ook die wijst erop dat het beeld van stijgende in plaats van dalende emissies positiever wordt als de uitstootcijfers worden ‘gecorrigeerd’ voor de economische groei. In de periode 2012-2018 was er een daling van CO2 uitstoot van 11,3% per ton per nautisch mijl. Ten opzichte van 2008 was er zelfs een daling van 31,8%, aldus NMT. ‘Hoewel de totale CO2-uitstoot van de sector stijgt, is de uitstoot op scheepsniveau drastisch gedaald’, concludeert de belangenvereniging.