De Rotterdamse haven is een van de vijftig Vensters op de geschiedenis van Nederland in die Canon, met de vermelding dat de haven een hoofdrol speelde tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. En daarbij was de aankomst van de ‘Ondina’ beslist een mijlpaal. Die was op 15 juni 1945 na vijf jaar oorlog de eerste tanker die de haven binnenliep en die zo de basis legde voor de opkomst van Rotterdam als grootste oliehaven van Europa.

Rotterdamsch Havenbedrijf

Het Algemeen Nederlandsch Persbureau besteedde er indertijd uitgebreid aandacht aan en wist te melden dat de ‘tankboot’ 5000 ton gasolie voor de binnenvaart en 6000 ton petroleum voor verlichting en verwarming kwam lossen in de Petroleumhaven. Daar stonden toen al 200 opslagtanks waarvan er na de oorlog nog maar vier intact waren.

‘Maar’, aldus het ANP destijds, ‘twee tanks zijn sindsdien gerepareerd, zoodat op het oogenblik met zes tanks kan worden gewerkt’. Het verslag vermeldt verder nog ‘dat den morgen na de aankomst gezagvoerder Koops en zijn officieren de directie van de Bataafsche Petroleum Maatschappij en van het Rotterdamsch Havenbedrijf in de officiersmess ontvingen’.

Profetisch was de opmerking dat de Petroleumhaven ‘nu weer het centrum voor aanvoer, opslag en distributie van olie en benzine zal worden’. Dat Rotterdam uiteindelijke acht Petroleumhavens en duizenden opslagtanks zou tellen, kon de auteur niet bevroeden.

Drie marconisten

Een speciale vermelding verdient de ‘etat major’ van de ‘Ondina’, de chique, militaire term voor de opsomming van de officieren. Die telde maar liefst zeventien namen, inclusief de gezagvoerder en niet minder dan drie marconisten. Niet helemaal duidelijk is of ze tot de vaste bemanning behoorden of dat er ook verlofgangers bij waren. Dat zou zomaar kunnen na ruim vijf jaar oorlog.