De onderhandelingen met MSC over de schadeafwikkeling is een proces van de lange adem. Al sinds het incident, waarbij containerschip ‘MSC Zoe’ in de nacht van 1 januari 2019 ruim driehonderd containers verloor boven de Waddeneilanden, is er al gesteggel met de rederij over de hoogte van de rekening.

De bergingsoperatie op zee na het containerongeluk kostte MSC al 35 miljoen euro. Daarnaast hebben Het Rijk, gemeenten en natuurbeheerders hebben samen in totaal 3,35 miljoen euro geclaimd bij de rederij, waarvan het bedrijf nog bijna 2 miljoen euro moet betalen.

Het grootste struikelblok vormen echter de kosten van mogelijke toekomstige berging van lading op zee en land en de ecologische gevolgen van de containerramp op de lange termijn, waar de minister MSC ook aansprakelijk voor wil stellen.

Juridische middelen

Een Kamermeerderheid eiste eind januari in een tweetal moties dat de regering alle juridische middelen inzet als er in het eerste kwartaal van 2020 geen uitzicht bestaat op volledige vergoeding door MSC. Volgens Van Nieuwenhuizen wordt er nog altijd intensief overleg gevoerd met het concern.

‘De onderhandelingen met MSC zijn tijdrovend en vragen om een zorgvuldige aanpak, mede omdat er ook belangen van derden bij betrokken zijn, zoals de Waddeneilandgemeenten en natuurbeheerorganisaties. Op dit moment bestaat er uitzicht op het bereiken van een overeenkomst met MSC, waarin MSC verantwoordelijkheid neemt voor vergoeding van een aanzienlijk deel van de genoemde kosten’, aldus de minister.

Zuidelijke route

Naar aanleiding van de containerramp heeft de Tweede Kamer er bij de minster erop aangedrongen te onderzoeken of er mogelijk een verbod kan worden opgelegd voor schepen die de zuidelijke route boven de Wadden willen bevaren. De route is omstreden omdat die riskant is bij slecht weer. De minister kan echter niet op eigen houtje de route afsluiten, maar kan wel een verzoek doen bij de International Maritime Organization (IMO)

In de Kamerbrief staat dat Marin diverse onderzoeken uitvoert om meer inzicht te krijgen in het gedrag van grote containerschepen onder verschillende weersomstandigheden boven de Wadden. De minister verwacht voor de zomer de inhoud daarvan met de Kamer te kunnen delen.

Belangrijke bouwstenen

Daarnaast wordt door Rijkswaterstaat onderzoek verricht naar het risico van verlies van deklading door schepen op de Noordzee. De resultaten van dit onderzoek worden in de tweede helft van 2020 verwacht. Een onderzoek naar het sjorren van containers op zeeschepen door de ILT is afgerond en wordt binnenkort naar de Kamer gestuurd.

‘Deze onderzoeken zijn, tezamen met het verwachte onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) met betrekking tot het ongeval met de ‘MSC Zoe’, belangrijke bouwstenen voor eventuele vervolgstappen richting IMO’, aldus Van Nieuwenhuizen.