De Panama Canal Authority (PCA) heft sinds 15 februari een generieke toeslag van 10.000 dollar op alle schepen langer dan 125 voet en een variabele toeslag van 1 tot 10%, afhankelijk van de waterstand in het Gatúnmeer. Dat is het belangrijkste zoetwaterreservoir. Het functioneren van de sluizencomplexen aan weerszijden van het kanaal is ervan afhankelijk.

De PCA wil zo inkomstenderving compenseren van een andere noodmaatregel: het aantal schepen dat wordt toegelaten, wordt in verband met het gebrek aan zoet water sterk beperkt. Volgens de kanaalbeheerder was 2019 voor Panama een van de droogste jaren van de afgelopen zeventig jaar. PCA zegt verder geld nodig te hebben voor allerlei noodmaatregelen om het watertekort het hoofd te bieden.

‘Overhaast’

Volgens ICS kan de prijsverhoging voor bepaalde schepen oplopen tot 30%, omdat PCA per 1 april ook een aantal wijzigingen doorvoert in het systeem om de hoogte van de tolheffing te bepalen. Die zouden kunnen leiden een verhoging van het tolgeld tot 17%. Secretaris-generaal Guy Platten van de ICS dringt er bij de kanaalautoriteit op aan om ‘de overhaaste introductie van de zoetwatertoeslag te heroverwegen’.

Volgens hem kost die de rederijen bij de huidige waterstanden al 230 miljoen dollar op jaarbasis en kan dat in het slechtste geval oplopen tot 370 miljoen dollar per jaar. Hij wijst erop dat die extra kostenpost op een zeer ongelukkig moment komt, nu de containervaart met zware vraaguitval wordt geconfronteerd als gevolg van de coronacrisis. De extra kosten van het verplicht varen op zwavelarme stookolie komen daar nog eens bij.

De ICS is een van ‘s werelds grootste maritieme belangenbehartigers en claimt via nationale redersorganisaties zo’n 80% van de wereldvloot te vertegenwoordigen.