Hoe is het Nesec Shipping Debt Fund tot stand gekomen?

Dat is best een lang traject geweest van een jaar of drie. Een belangrijke rol daarin speelt Basel-4. Dat is het stelsel van strengere eisen aan de kapitaalbuffers van banken, dat na de crisis van 2008 is ingevoerd en vanaf 2020 volledig van kracht wordt. Daarmee wordt het voor banken minder aantrekkelijk om hypothecaire leningen te verstrekken, omdat er eigen vermogen tegenover moet staan. We hebben veel gesprekken gevoerd met onder meer het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Europese Unie om alles rond te krijgen.

Wat is het verschil met een gewone scheepshypotheek van, laten we zeggen, de Rabobank?

Ik ga natuurlijk niks over de Rabobank zeggen. Maar ik denk dat het verschil met bestaande hypotheekbanken niet erg groot is, behalve dat we zien dat daar minder animo is voor scheepvaartfinanciering dan voorheen. Ik zeg wel eens ‘geld heeft geen rugnummer’. Ons geld is niet mooier of beter dan dat van een bank. We bieden gewoon een nieuwe financieringsbron.

Bent u goedkoper dan die banken?

Dat verwacht ik niet. Het Nesec Shipping Debt Fund wordt vooral gevuld met geld van levensverzekeraars. Die willen een bepaald rendement om polissen te laten renderen. Banken maken hun rendement met marges op het huidige lage rentepeil.

Om een idee te hebben, wat is op dit moment het rentepercentage voor een scheepshypotheek met een looptijd van twintig jaar?

Dat is geen vast rentepercentage, maar het zal gemiddeld rond de 3 a 3,5% liggen. Het verschilt ook per sector. Misschien kan je bij een Amerikaanse bank goedkoper terecht, maar dan loop je natuurlijk wel een dollarrisico. Dat ligt meer voor de hand voor grote deepsea-rederijen met inkomsten in dollars. Die kennen we in Nederland eigenlijk niet. Wij zijn klein in de grote scheepvaart en groot in de kleine scheepvaart.

Vandaar dat u zich op de shortsea-sector richt, vooral in Nederland. Wat verstaat u daar eigenlijk precies onder?

De vaart op het Baltisch Gebied tot en met de Zwarte Zee en alles wat daartussen ligt met hier en daar een uitstapje naar Afrikaanse bestemmingen. Dan praat je over schepen tot ongeveer 18.000 ton draagvermogen.

Kunnen ook niet-Nederlandse rederijen bij u terecht?

Zeker, dat is ook een van de redenen dat we veel met de EU hebben overlegd. Die heeft het fonds goedgekeurd, we zijn volledig EU-compliant. Voorwaarde is wel dat een rederij uit een andere lidstaat in Nederland een vennootschap heeft, die met ons een overeenkomst aangaat.

Hoe werkt die staatsgarantie? Neemt de staat de lening over als een rederij zijn verplichtingen niet meer kan nakomen?

Nee, er is een afspraak tussen de funders en de staat over risicodeling. Als het fonds in de rode cijfers komt, neemt het ministerie via een bepaalde verhouding daarvan een deel voor zijn rekening. Daar kan ik verder geen details over geven, maar ik wil benadrukken dat we daarvoor een behoorlijke vergoeding betalen. Het departement heeft een goed hart, maar past ook heel goed op zijn portemonnee. We zijn blij dat we eruit zijn gekomen. Het is een extra argument om reders aan boord te krijgen.

Staan die al in de rij?

We hebben een goed gevulde pijplijn en we zijn met een aantal rederijen in gesprek over concrete projecten. Er zijn nog geen handtekeningen gezet. Dat zou wel erg snel zijn, we zijn net met het nieuws naar buiten gekomen. Maar ik verwacht dat we onze doelstelling gaan halen om het fonds de komende twee jaar volledig te plaatsen.

Wat is dan een volgende stap?

Aan goede ideeën hebben we hier geen gebrek. We zijn nog niet concreet met vervolgstappen bezig, maar er liggen wel een paar concepten voor soortgelijke fondsen. Dat hoeft niet per se om zeescheepvaart te gaan. Misschien komen we wel met iets voor de binnenvaart of op het gebied van hernieuwbare energie.

Lees ook: Kredietfonds shortsea vult gat van terugtrekkende banken op