Dat zegt vakbondsman Niek Stam, Europees coördinator van de campagne van de internationale transportvakbond ITF, die erop gericht is om naleving van de clausule af te dwingen. Die komt erop neer dat scheepsbemanningen aan boord niet langer ladingwerkzaamheden mogen uitvoeren zoals het vast- of losmaken van containers.

Dit zogenoemde varend sjorren gebeurt vooral in de shortsea- en feedersector, waarin vaak veel tijdsdruk op havenaanlopen staat. In de Rotterdamse haven is een aantal gespecialiseerde sjorbedrijven actief, waaronder International Lashing Services (ILS) en Matrans. Volgens Stam heeft een aantal sjorbedrijven al besloten om extra mensen op te leiden om de toegenomen vraag aan te kunnen.

De Dockers Clause is begin 2018 al van kracht geworden in het grootste deel van de wereld op grond van afspraken tussen de ITF en de International Maritime Employers Council (IMEC). Voor Europa en Canada gold tot begin dit jaar een uitzondering. Stam vindt daarom dat de reders, operators en terminals meer dan genoeg tijd hebben gehad om zich op de nieuwe verplichting voor te bereiden.

Prioriteit

De ITF maakt in een uitvoerige verklaring duidelijk naleving van het verbod tot topprioriteit te verheffen. De Europese transportbonden zijn evenwel niet van plan om schepen te gaan boycotten of te blokkeren, maar wil de juridische weg bewandelen.

‘Blokkades leiden alleen maar tot schadeclaims en zijn nergens voor nodig. We hebben gewoon een privaatrechtelijke overeenkomst en reders en operators moeten zich daaraan houden. Doen ze dat niet, dan zien we ze wel voor het hekje’, zegt Stam.

Onduidelijk

Vorige week verspreidde het Rotterdamse bureau Venturn van Patrick van de Ven een verklaring, waarin onder meer werd gesteld dat onduidelijk is of er in de havens überhaupt voldoende capaciteit is om het extra werk aan te kunnen.

Venturn zegt te spreken namens zes Europese shortsea-rederijen en feeder-operators, maar noemt niet hun namen. Zij willen dat hun bemanningen varend kunnen blijven sjorren. Dat wil zeggen: containers vast- en losmaken in het zicht van de haven en in strijd met de regels van de Dockers Clause.

Volgens de verklaring voelen de zes partijen zich vrij om ‘buiten deze condities te opereren’ omdat hun belangen in de onderhandelingen van de afgelopen jaren onvoldoende zouden zijn behartigd. ‘Onzin’, zegt Stam, ‘dan hadden ze beter moeten opletten. Die overeenkomst geldt gewoon voor alle reders en operators’.

Uitzondering

Overigens bevat de overeenkomst een uitzonderingsregeling voor het geval er inderdaad onvoldoende havenwerkers beschikbaar zijn. De scheepvaartbedrijven moeten dan wel toestemming vragen aan de betrokken vakbond en het werk moet dan worden uitgevoerd door daarvoor opgeleide zeevarenden, die ‘adequaat’ voor het werk betaald krijgen.