‘Ik heb hier wel moeilijke tijden gekend. Halverwege mijn stage hoorde ik dat m’n ouders gaan scheiden.’ Danny (22) – handen in de zakken van z’n met smeer besmeurde oranje overall, zijn hoofd grotendeels verstopt onder een dikke zwarte capuchon met daarboven een witte veiligheidshelm – vertelt tijdens een rondleiding over de sleephopperzuiger ‘Strandway’ van Boskalis bijna achteloos over de lastige periode die hij aan boord meemaakt.

Francke, die zich qua houding heeft gespiegeld aan zijn gesprekspartner, lijkt enigszins te zijn verrast door het nieuws dat hem zojuist ter ore komt. ‘Joh!’, zegt de dominee en neemt even een moment om na te denken hoe hij op deze mededeling gaat reageren.

‘Da’s wel verdrietig om te horen. Hoe gaat ‘t nu thuis? Is er veel voor je veranderd?’ Danny haalt z’n schouders op: ‘Dat valt wel mee. Mijn ouders wonen nog samen in een huis. Ze hebben geen ruzie en gaan nog goed met elkaar om. Ik blijf er vrij nuchter onder.’ De pastor knikt. ‘Wat een toestand zeg.’

Van Oord en Boskalis

Francke, gehuld in een rood windjack, donkere spijkerbroek, veiligheidsschoenen en witte, bestickerde helm, is sinds 2012 werkzaam als baggerdominee. In die hoedanigheid bezoekt hij allerlei baggerprojecten over de hele wereld – van Zuid-Amerika tot Azië – en biedt hij een luisterend oor aan ieder bemanningslid en waterbouwer die daar behoefte aan heeft.

De pastor doet zijn werk in opdracht van Stichting Pastoraat Werkers Overzee (SPWO), een organisatie die zich al meer dan een halve eeuw inzet ten behoeve van het (geestelijk) welzijn van baggeraars en waterbouwers in binnen- en buitenland. SPWO wordt gefinancierd door kleine en grote baggerbedrijven, met Van Oord en Boskalis als hoofdsponsors.

Van kerk naar Waalhaven

Als zoon van een kustvaartkapitein raakte Francke al op jonge leeftijd vertrouwd met het maritieme leven. In 1995 studeerde hij af als theoloog en werd hij predikant in de gemeente Hoeksche Waard, gevolgd door Middelburg, zijn huidige woonplaats. Na 17,5 jaar vond hij het pastorale werk binnen de gemeentelijke parochies mooi geweest en stuitte prompt op een advertentie waarin werd gezocht naar een waterbouwpastor. ‘Op zondag nam ik afscheid in de kerk en een dag later was ik bij een veiligheidstraining in de Waalhaven.’

Nu, ruim zeven jaar later, staat hij op de ‘Strandway’ die voor anker ligt in scheepswerf Reimerswaal in het Zeeuwse Hansweert. Zoals altijd trapt hij zijn werkdag af door even kennis te maken met de kapitein. Op de brug schudt hij de hand van schipper Wim, drinkt twee bakken zwart en keuvelt wat over de stikstofcrisis.

Ik fungeer zo nu en dan als klaagmuur. Dat hoort ook bij mijn werk.

‘Met mij heeft de crew even een ander praatje dan ze doorgaans hebben met de collega’s met wie ze vaak al lange tijd aan boord zitten’, beschrijft Francke met enige bescheidenheid zijn rol als waterbouwpastor. Dan wendt hij zich tot Danny. ‘Weet jij eigenlijk wat een patatje waterfiets is?’ De stagiair haalt z’n schouders op. ‘Dat is een bakje friet met aan weerszijden een frikandel’, grapt de dominee. Na de introductie bij de kapitein maakt de pastor een rondje over het schip, waarbij hij probeert (het eerste) contact te leggen met de rest van de bemanning. Daarbij staan zijn voelsprieten altijd uit en probeert hij aan te voelen welke dingen er spelen bij zijn gespreksgenoten.

Doordat Francke meestal meerdere dagen op een schip verblijft, bouwt hij ook echt een band met de bemanning op. ‘Als je ruim de tijd en aandacht voor iemand hebt, worden gesprekken ook vaak wat persoonlijker. Dan kan het gaan over moeilijkheden thuis tot frustraties over het werk of collega’s. De dominee maakt regelmatig mee dat de conversaties gaan over zaken die binnen het bedrijf niet lekker lopen. ‘Die gesprekken horen ook bij mijn werk. Ik fungeer zo nu en dan als klaagmuur. Ik luister naar ze, maar vraag ze wel altijd om na te denken wat ze er zelf aan kunnen doen.’

Depressie

Zeevarenden hebben regelmatig te kampen met psychische klachten en problemen thuis, zo blijkt uit een recent onderzoeksrapport van de Universiteit van Cardiff. De hoge werkdruk en de lange perioden weg van huis eisen regelmatig zijn tol. Een onderzoek van het Yale University Maritime ResearchCenter en de internationale transportvakbond ITF wees onlangs uit dat een op de vijf zeelieden wel eens zelfmoordgedachten heeft. Een op de vier vertoont tekenen van een depressie.

Francke kent de problematiek, maar weet uit eigen ervaring dat ze het in de baggerwereld over het algemeen beter voor elkaar hebben dan bijvoorbeeld in de koopvaardij. ‘Anders dan op een koopvaardijschip wordt er gewerkt met een vaste bemanning, waardoor er echt een teamgevoel heerst. Ook zijn de verlofschema’s over het algemeen dik in orde. Dat komt de sfeer op een baggerschip zeker ten goede’, aldus de dominee.

Vanwege die hechte teamspirit wordt er volgens Francke onderling ook veel gedeeld, ook op het persoonlijke vlak. Kapitein Wim beaamt dit: ‘Meestal weten we wel van elkaar als er iets speelt. Daar wordt niet geheimzinnig over gedaan. Onder collega’s wordt er gewoon over gepraat. De baggerwereld is heel sociaal.’

Incidenten

Dat sociale aspect zie je volgens Francke ook terug als er zich ernstige incidenten voordoen op een schip, zoals een overlijden of een heftig ongeluk. Bij dergelijke calamiteiten, die volgens de dominee zo’n drie à vier keer per jaar voorkomen, wordt de pastor opgetrommeld om de bemanning te ondersteunen. Zo hield hij eerder dit jaar een herdenking voor iemand die overboord was geslagen en twee dagen later dood werd gevonden in het water. ‘Dat soort gebeurtenissen heeft een enorme impact op de collega’s. Je bent toch een soort familie van elkaar.’

Ook op de ‘Strandway’ heeft de pastor vorig jaar nog een bijeenkomst gehouden ter nagedachtenis aan de voormalige kapitein die aan kanker overleed. ‘Voor Jan hebben we hier in het barretje muziek geluisterd en een kaarsje aangestoken. Het zijn allemaal dingen die anderen ook kunnen doen, maar er wordt graag gebruikgemaakt van mijn diensten.’

Rio de Janeiro

Binnenkort vliegt Francke voor drie weken naar de Filipijnen, waar hij diverse waterbouwprojecten gaat bezoeken. ‘Ik probeer honderd dagen per jaar op reis te zijn. Dat moet ook niet geromantiseerd worden. Ik ben daar niet als toerist en zie vooral havens, schepen en projecten, al maak je natuurlijk soms wel bijzondere dingen mee. In Rio de Janeiro vroeg de taxichauffeur mij om zijn nieuwe auto in te wijden. Ik heb altijd wijwater op zak, dus toen stond ik ineens middenin Rio die auto in te zegenen.’

Hoe hij zijn toekomst ziet als baggerdominee? ‘Dit is niet iets wat ik m’n hele leven ga doen. Op touwladders klimmen en het reizen worden op den duur fysiek te zwaar. Ik denk dat ‘t over tien jaar wel mooi is geweest.’ Maar tot die tijd is Francke ervan overtuigd dat hij voldoening haalt uit zijn job. ‘De levensverhalen boeien mij iedere dag weer. Geen gesprek is hetzelfde. Het verveelt mij nooit.’