Dat is vastgesteld tijdens een IMO-assemblee vorige week in Londen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat meldt dat Nederland ‘een plek heeft bemachtigd’ in het dagelijks bestuur van de IMO, maar gaat zo voorbij aan het feit dat Nederland die positie dit jaar en vorig jaar ook al had. De leden van de ‘Council’ worden elke twee jaar gekozen.

Nederland maakt de komende twee jaar, net als in 2018 en 2019, deel uit van de zogenoemde B-categorie. Die bestaat verder uit Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Frankrijk, Duitsland, India, Spanje en de Verenigde Arabische Emiraten. Deze categorie wordt gekozen op basis van de rol die het VN-lid speelt in de handel over zee. Australië is het enige nieuwe lid in deze groep.

Opmerkelijk

De A-groep bestaat uit de belangrijkste scheepvaartlanden. Dat zijn voor de komende twee jaar China, Griekenland, Italië, Japan, Noorwegen, Panama, Zuid-Korea, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Opmerkelijk aan die lijst is dat kennelijk de feitelijke eigendom van schepen bepalend is, aangezien met uitzondering van Panama de zogenoemde ‘flags of convenience’ als Liberia en de Marshall Eilanden ontbreken.

Opvallend is verder dat er nauwelijks iets verandert in de samenstelling van het bestuur. Dat bestaat in totaal uit veertig landen, verdeeld over de A- en de B-groep, die beide tien landen hebben, en de C-groep van twintig landen. Voor die laatste groep komen landen in aanmerking die volgens de IMO een bijzonder belang hebben in de scheepvaart en die bijdragen aan de geografische spreiding van het gezelschap.

Liberia

Slechts twee van de veertig landen zijn niet herkozen. Meest opvallende naam daarbij is Zweden, dat deel uitmaakte van de B-groep en ook niet in de C-groep is gekozen. De andere is Liberia, dat uit de C-groep valt. Dit West-Afrikaanse land beschikt nauwelijks over eigen schepen, maar was jarenlang het grootste scheepvaartregister ter wereld. Inmiddels is het land ingehaald door de Marshalleilanden en Panama.

De C-groep bestaat de komende twee jaar uit de Bahama-eilanden, België, Chili, Cyprus, Denemarken, Egypte, Indonesië, Jamaica, Kenia, Liberia, Maleisië, Malta, Mexico, Marokko, Peru, Filippijnen, Singapore, Zuid-Afrika, Thailand en Turkije.

Containerramp Waddenkust

Minister Cora Van Nieuwenhuizen (IenW) was vorige week in Londen om de lobby voor het behoud van de IMO-zetel kracht bij te zetten. Ze refereerde onder meer aan ‘de containerramp voor de Waddenkust (het verlies van 342 containers door de ‘MSC Zoe’ – red.)’.

Ook vindt ze dat onderwerpen als minder uitstoot van broeikasgassen ‘internationaal opgepakt moeten worden’ en dat Nederlandse initiatieven voor vergroenen van de scheepvaart via de IMO ‘in de showroom gezet kunnen worden’.