De Koninklijke Burger Group, bekend als het cargadoorsbedrijf dat begin deze eeuw zowat al zijn Rotterdamse concurrenten opslokte, is recent meer van het opsplitsen. De havenagentschappen van het bedrijf werden vijf jaar geleden afgestoten toen Karel Peters het port agency bedrijf S5 verzelfstandigde.

De lijnagentschappen van Burger zitten nog wel gewoon in het bekende kantoorgebouw in Poortugaal, maar hebben nu Deense aandeelhouders. Het Deense bedrijf Global Liner Agencies zwaait er de scepter. Burger Logistic Services, eveneens gevestigd in het Burger-pand in Poortugaal, heeft sinds oktober Herman Specht als nieuwe algemeen directeur. Hij is opvolger van Erik van Dijken, de topman die de deur bij Burger na een kleine vier jaar achter zich heeft dichtgetrokken.

‘Burger wilde dat elke divisie voortaan haar eigen directeur kreeg’, zegt Specht. ‘Er was een herstructurering nodig om van Burger een toekomstgericht bedrijf te maken waarin elke divisie zijn eigen boontjes kan doppen. Aan mij de taak om bij Burger Logistic Services een omzetverhoging te bewerkstelligen. Het bedrijf zocht specifiek naar een directeur met een brede trackrecord in de logistiek.’

Dienstverlening en agenturen scheiden

Als Burger Logistic Services een container wil boeken, hoeft dat niet per se bij een rederij te zijn die door Burger Liner Agencies vertegenwoordigd wordt, zegt Specht. ‘We trekken dat los van elkaar. We komen elkaar overdag tegen op de gang, maar zijn eerder klant dan collega van elkaar.’ Het is een logische reactie op de manier waarop de scheepvaartsector zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, aldus Specht.

‘Veel rederijen zijn samengevoegd en zijn kolossen geworden. Om aan niemand verplichtingen te hebben, was het zaak om bij Burger de dienstverlening en agenturen te scheiden. We kunnen lading overal boeken, of het nou bij een rederij uit het pakket van Burger Liner Agencies is, een rederij van een concurrerende cargadoor of een grote rederijgroep.’

Specht is opgegroeid in de scheepvaart, vertelt hij. ‘Mijn ouders hadden een binnenschip. Ik wilde ook graag in de scheepvaart werken, maar wilde niet zoveel van huis zijn als zij. Ik heb logistieke informatica gedaan en daarna bij Imperial de Grave en Eurobulk gewerkt, om vervolgens voor mezelf te beginnen met Omnia-Maritime. Ik ben nu uit Omnia-Maritime gestapt, maar hoor aan de keukentafel nog hoe het eraan toegaat. Mijn vrouw doet er nu de zaken.’

Specht zegt in zijn eerste twee maanden bij Burger te hebben geconstateerd dat er veel specifieke knowhow in het bedrijf aanwezig is waarmee volgens hem ‘een groter stuk van de markt’ moet kunnen worden veroverd. ‘Gevaarlijke stoffen, medicijnen, levensmiddelen: er zijn tal van goederenstromen waarvan het transport om extra kennis vraagt. Op dat soort stromen wil ik graag de focus leggen. Bijkomend voordeel van levensmiddelenlogistiek is dat mensen ook in eventuele crisistijden blijven eten.’

Een bedrijf als hamburgerketen McDonalds zou volgens Specht een prima klant kunnen zijn. ‘Of Burger King: dat past qua naam natuurlijk helemaal goed bij Koninklijke Burger. Ik ga gewoon brutaal aankloppen bij dat soort bedrijven.’

Ook lading die niet in een container past, kan volgens Specht best op containerschepen worden geboekt. ‘Een klant die een machine snel van A naar B wil laten brengen, is beter geholpen als die machine meekan met een containerrederij die elke week een afvaart heeft dan bij een breakbulk-rederij die maandelijks een vertrek plant. Het vergt alleen even uitzoekwerk waarvoor je de telefoon moet pakken en wat rond moet bellen.’

Charity-project

Een van de recente Burger-projecten is het transport van gratis meubilair voor scholen in Mozambique. Die scholen werden in maart van het afgelopen jaar getroffen door de cycloon Idai. De cycloon, een van de zwaarste uit de Afrikaanse geschiedenis, richtte veel schade aan in Mozambique, met name in de havenstad Beira. Specht: ‘De goederen van het charity-project werden tegen een special rate vervoerd door MSC. De actie was een initiatief van Cornelder (het moederbedrijf van Burger, red.), Kotug, Van Oord en het Scheepvaart en Transport College.’

Burger heeft een nauwe band met havenstad Beira: moederbedrijf Cornelder runt de vrachtterminals van de Mozambikaanse haven. Burger ziet Mozambique als een belangrijke groeimarkt. ‘Het is nog steeds een van de armste landen op aarde, maar de aanwezigheid van een van de jongste en grootste gasbellen ter wereld geeft het land wel een boost. Het leidt tot transporten van allerlei materialen die via onze terminal kunnen lopen. Er wordt nu een nieuw warehouse gebouwd en een van onze directeuren uit Mozambique is net nog langsgekomen in Poortugaal om verdere plannen te bespreken.’

De Burger-ambities in Afrika beperken zich niet tot Mozambique, zegt Specht. ‘Omringende landen die niet aan zee liggen, kunnen we eveneens via Mozambique bedienen met buitenlandse lading. Die markt kan nog flink worden uitgediept. Al zijn de verdere ontwikkelingen mede afhankelijk van de vraag, wie het de komende tijd voor het zeggen krijgt in de regio. China? Shell? Het kan nog veel kanten op.’

Piraterij is volgens Specht geen grote zorg. ‘Het is een ingecalculeerd risico. Veel schepen hebben nu mariniers aan boord of varen met een bocht om de risicogebieden heen. Er is maar een bepaalde afstand die piraten buiten de kust kunnen afleggen. Rederijen die via de Kaap naar Mozambique varen, hebben er sowieso geen last van.’

Boxinsider

Burger doet mee aan een proef met Boxinsider, de door Havenbedrijf Rotterdam geïntroduceerde app waarmee containerlading via digitale weg continue getraceerd kan worden. Specht: ‘Je maakt als bedrijf natuurlijk een kosten-/batenanalyse. En je kijkt ook naar de risico’s. De innovatie in het containervervoer komt steeds dichterbij, straks heeft elke container een transponder en elk containerschip zijn eigen inlogpagina, maar daar zal de sector wel verstandig mee om moeten gaan. Die piraten die we net noemden, zouden het natuurlijk heel interessant vinden om mee te kunnen lezen welke ladingen zich precies aan boord van schepen bevinden. Hetzelfde geldt voor terroristen. Als het heel makkelijk wordt om precies te volgen waar een container zich bevindt, zou een terrorist heel precies het moment kunnen kiezen waarop hij de springstof ontsteekt die hij in een blikje tomatensap heeft verstopt.’