Hoe word je maritiem counselor?

Ik heb altijd al iets gehad met de maritieme sector. Mijn familie was actief in de binnenvaart en mijn huidige partner is zeeman. Tijdens mijn opleiding tot relatiecounselor heb ik me gespecialiseerd in de wereld van zeevarenden. Ik ben regelmatig op een schip te vinden en voer dan gesprekken met de bemanning over wat er speelt op het werk en thuis. Via de Vereniging Maritiem Gezinskontakt heb ik veel geleerd van zeemansvrouwen, bijvoorbeeld over de knelpunten in hun relaties. Zodoende heb ik me kunnen specialiseren in dit vakgebied. Overigens wil ik me als counselor gaan verdiepen in andere modaliteiten, zoals het wegtransport, omdat relatieproblematiek vergelijkbaar is met die van maritieme stellen.

Hoe anders zijn de problemen van een maritiem stel vergeleken met die van Henk en Ingrid?

Het verschil zit ‘m niet zozeer in de problematiek, maar wel in de omstandigheden. Zeemansvrouwen zitten vaak voor langere tijd zonder partner thuis, omdat hun man op zee zit. Dat vraagt van beide partners om een enorme flexibiliteit, zeker als je samen kinderen hebt. Wanneer de man van huis is, runt de zeemansvrouw het hele huishouden en creëert daardoor een eigen ritme. Als dan na een paar maanden de partner weer thuis komt, kan dat wringen met die dagelijkse structuur. Dan moet je ineens weer met elkaar overleggen en rekening houden. Soms levert dat spanningen op. Mannen kunnen zich daardoor een vreemde in hun eigen huis voelen, omdat het leven zonder hen gewoon is doorgegaan. Wanneer je dit soort dingen niet of nauwelijks met elkaar bespreekt, kan dat enorm op je relatie en gemoedstoestand drukken.

Hoe uiten die spanningen zich?

Als je op zee zit kan die druk zich vertalen in stress, onzekerheid en heimwee. Al praten zeevarenden daar niet graag openlijk over. Praten over gevoelens is taboe: het wordt gezien als iets zweverigs en een zwaktebod. Die emoties kroppen ze dan ook vaak op. Daarmee riskeer je dat kleine ergernissen uitgroeien tot grote problemen, wat dan weer kan leiden tot ruzies thuis of een nare sfeer aan boord.

Hoe help jij deze stellen weer om hun relatie op de rit te krijgen?

Het is natuurlijk maatwerk, dus elk stel doorloopt een eigen traject. In zijn algemeenheid zijn het de zeemansvrouwen die bij mij aan de bel trekken. Sterker nog: het is nog nooit voorgekomen dat een zeeman mij heeft opgebeld om zijn relatieperikelen aan te kaarten. Ik probeer er altijd voor te zorgen dat ze goed naar elkaar luisteren en er samen proberen uit te komen. Er is zeker niet altijd een passende oplossing, maar door aandacht voor elkaars sores te hebben, kun je al heel veel bewerkstelligen. Ook geef ik ze opdrachten en adviezen mee over hoe ze in de praktijk beter met bepaalde situaties kunnen omgaan.

Kun je een voorbeeld noemen?

Er zijn zeemansvrouwen die angstig zijn over het andere leven dat hun partner heeft op zee. Vaak zijn ze bang dat hun man vreemdgaat. Dat komt voornamelijk doordat de thuisblijvers niet goed weten hoe het leven op zee eruit ziet. Ze kunnen zich er geen voorstelling van maken. Ik adviseer hen dan om eens een keer mee te varen om het van dichtbij te ervaren. Als dat niet mogelijk is, kan de partner vanaf het schip foto’s en filmpjes sturen van zijn dagelijkse bezigheden. Dat soort dingen kunnen in de praktijk echt helpen.

Waar liep jij eigenlijk zelf als zeemansvrouw tegenaan?

Afscheid nemen en lange perioden alleen zijn, vond ik altijd moeilijk. Ik werd er chagrijnig van en het gaf me een leeg gevoel. Een van de moeilijkste momenten was toen mijn moeder overleed, terwijl mijn man op zee was. We hebben toen heel even telefonisch contact gehad en daarna moest hij weer aan boord. Ik stond er helemaal alleen voor, terwijl ik hem op dat moment juist heel hard nodig had. Machteloos, voelde ik me. Door veel te praten met andere zeemansvrouwen die soortgelijk moeilijke momenten meemaken, heb ik geleerd daar steeds beter mee te dealen.

Ligt er ook een rol voor de werkgevers ten aanzien het voorkomen van relationele spanningen bij hun werknemers?

Werkgevers hebben een signalerende functie. Dus als zij horen dat er problemen spelen of merken dat hun werknemer ineens veel drinkt of ander afwijkend gedrag vertoont, moeten ze aan de bel trekken. Dat gebeurt ook wel, maar pas vaak op het moment als het kwaad al is geschied. Ik zou werkgevers willen adviseren om in actie te komen voordat de bom barst. Dat kan uitval voorkomen.

Gaby Niesthoven