In de nacht van 1 op 2 januari dit jaar verloor het containerschip ‘MSC Zoe’ 342 containers, toen het boven de Waddeneilanden voer. Een deel daarvan spoelde aan op de Wadden, de rest belandde op de Nederlandse en Duitse zeebodem. In totaal gaat het volgens Rijkswaterstaat om 3250 ton afval. Daarvan is ongeveer 2450 ton geborgen.

De restanten van twee containers op het rif tussen Ameland en Schiermonnikoog worden nog opgeruimd. Wanneer dat gebeurt, is onduidelijk. Daarna wordt de bergingsoperatie, die wordt gecoördineerd door Rijkswaterstaat, opgeschort.

Miljoenenschade

De bergingsoperatie kan volgens Rijkswaterstaat pas formeel worden beëindigd als rederij MSC akkoord is met de afhandeling van de schade. Het Rijk, gemeenten en natuurbeheerders hebben samen in totaal 3,35 miljoen euro geclaimd bij MSC, waarvan het bedrijf nog bijna 2 miljoen euro moet betalen.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) voert momenteel gesprekken met de rederij en de verzekeraar van MSC over de verdere afhandeling van de schadeclaims en de bergingsoperatie. Die onderhandelingen verlopen traag, zo blijkt uit antwoorden van Van Nieuwenhuizen op Kamervragen van Gijs van Dijk (PvdA).

‘In het schadeafhandelingstraject worden stappen gezet, echter MSC en de verzekeraar nemen daarvoor veel tijd. Dit is weliswaar niet ongebruikelijk in dit soort trajecten, maar deze opstelling van de verzekeraar en MSC komt zeker niet ten goede aan een snelle afwikkeling van de schadeclaims’, schrijft de minister.

Schadeclaim verlaagd

Uit de beantwoording komt eveneens naar voren dat de claim van Rijkswaterstaat met 483.000 euro is verlaagd, omdat er is nagelaten de kosten van de inzet van onderzoek- en meetschip ‘MS Arca’ door te belasten.

Dit schip werd na het incident in allerijl ingezet, ‘teneinde gevaar voor de scheepvaartveiligheid zoveel als mogelijk te reduceren’. De kosten hiervan nam Rijkswaterstaat voor haar rekening, omdat er in eerste instantie werd gedacht dat het schip maar korte tijd zou worden gebruikt.

Belastingbetaler

Toen later de omvang van de ramp duidelijk werd, bleef de inzet van de ‘MS Arca’ noodzakelijk. ‘Daarbij is helaas verzuimd de eerdere mededeling over de kosten van de Arca in te trekken’, schrijft Van Nieuwenhuizen.

Toch claimde Rijkswaterstaat de kosten van de Arca bij MSC. De verzekeraar van de rederij wees echter op de eerder gemaakte afspraken, waardoor uiteindelijk alle kosten van de inzet van het schip werden geschrapt. Deze komen nu voor rekening van de belastingbetaler.

De minister onderhandelt nog over wie de schade moet betalen als gevolg van lading die mogelijk nog later aanspoelt. MSC weigert vooralsnog btw en overheadkosten te betalen. Daarover voert Van Nieuwenhuizen nog onderhandelingsgesprekken met de rederij.