Uit een reconstructie van Zembla blijkt dat de ‘Zoe’ door het onstuimige weer die dag meer dan dertig graden slagzij maakte. Daardoor neemt de diepgang zeker met vijftien meter toe met als gevolg dat het schip de zeebodem raakte, concluderen experts.

Voor schepen zijn er pakweg twee routes boven de Waddeneilanden richting Duitsland: de noordelijke ‘diepwater route’ en een ondiepere zuidelijke, dicht langs de Waddeneilanden. Daardoor lopen grotere schepen bij slecht weer meer risico om de zeebodem te raken. In de nacht waarin er 342 containers overboord sloegen, voer het schip over de zuidelijke route

MSC ontkent dat het schip de zeebodem heeft geraakt. De rederij laat inmiddels wel al zijn schepen de noordelijke route varen. ‘In afwachting van de onderzoeken kiest MSC er vrijwillig voor om de noordelijke route te nemen, ondanks dat we de zuidelijke als veilig beschouwen’, motiveert een woordvoerder het bedrijf.

Defecte zwarte doos

Twee weken geleden werd bekend de zwarte doos, de zogeheten Voyage Data Recorder, van de ‘MSC Zoe’ defect was. Het mankement kwam een dag na het ongeluk aan het licht tijdens een controle door de Havendienst in de Bremerhaven en kan belemmering vormen voor het onderzoek naar de toedracht van de ramp met het containerschip.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV) en het Openbaar Ministerie (OM) onderzoeken de containerramp. Hangende het onderzoek willen zij geen mededelingen doen. Naar verwachting maken zij hun bevindingen begin 2020 bekend.

Miljoenenschade

In de nacht van 1 op 2 januari vielen er 342 containers overboord van de ‘MSC Zoe’. De lading viel van het schip ten noorden van de Waddeneilanden en veroorzaakte daar veel schade. Het Rijk, gemeenten en natuurbeheerders hebben samen in totaal 3,35 miljoen euro geclaimd bij MSC.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) voert gesprekken met de rederij over de verdere afhandeling van de schadeclaims en de bergingsoperatie. In totaal is MSC zo’n 35 miljoen euro kwijt aan de afwikkeling van de containerramp.