Dit meldt persbureau Reuters op basis van gegevens van Refinitiv Eikon, dat marktinformatie over tientallen sectoren levert en deels in handen is van het bureau. Dat traceerde tussen 30 september en 7 oktober veertien tankers van het dochterbedrijf van de Chinese staatsrederij die geen navigatie-informatie gaven. De VS legde de sancties op 25 september op.

Transponder moet verplicht aan staan

Varende zeeschepen zijn op grond van IMO-regelgeving in beginsel verplicht om hun transponder aan te laten staan. Ze kunnen handmatig worden uitgezet, wat ook regelmatig gebeurt. Dat kan legitieme redenen hebben, zoals het voorkomen van ontdekking in gebieden met een hoog risico op piraterij, of illegale redenen, zoals het ontduiken van sancties. Ook commerciële motieven spelen vaak een rol.

Negen van de veertien ‘onzichtbare’ schepen zijn vlcc’s, schepen die zo’n twee miljoen vaten olie kunnen vervoeren. Cosco Dalian exploiteert 43 tankers, waaronder 26 very large crude carriers (vlcc’s). Volgens Bimco, de internationale branchevereniging voor de bulkvaart, telt de wereldvloot in totaal 792 schepen.

Tarieven schoten omhoog

Nadat de Trump-regering de ban van de Cosco-tankers op 25 september afkondigde, brak vrijwel onmiddellijk paniek uit op vlcc-markt. Die leidde tot een enorme tariefstijging, waarin dinsdag een nieuw record bereikt werd met een daghuur van 120.000 dollar voor een vlcc. Ook meldde Refinitiv Eikon dat het Amerikaanse Occidental Petroleum het recordbedrag van 13,25 miljoen dollar betaalt voor een enkele reis van een vlcc in november.