Hoe haal je zo’n opdracht binnen?

In dit geval had Fortescue ruim twee jaar geleden een tender voor een contract met een looptijd van zeven jaar uitgeschreven. Ze waren op zoek naar een sleepvaart operator, nadat ze zelf eerder de concessie hadden gewonnen voor een tweede sleepdienst in Port Hedland naast de bestaande van BHP Billiton, ook een mijnbouw-groep. Die vaart trouwens grotendeels met onze sleepboten. Wij hebben die tender van Fortescue gewonnen.

Daar kwam vast meer bij kijken dan even een offerte opsturen.

Dat mag je wel zeggen. We zijn meer dan een jaar met elkaar in gesprek geweest. In die periode hebben we heel veel besprekingen gevoerd en talloze documenten uitgewisseld.

Dan krijgt u het verlossende bericht dat Kotug als winnaar uit de bus is gekomen. Gaat dan de vlag uit en de champagne open?

Dat niet, maar we drinken dan wel een lekker koud biertje. En je realiseert dat het echte werk dan pas begint. We hadden toen nog maar een jaar de tijd om de hele organisatie op te tuigen en dat was best krap. Je moet een walorganisatie opzetten, mensen werven en trainen en natuurlijk zorgen dat je op tijd over de schepen kan beschikken, om maar een paar dingen te noemen.

U bent een samenwerking met het Australische bedrijf Westug aangegaan. Welke rol speelt die?

Ze zijn ook actief in de sleepvaart, maar houden zich vooral bezig met de crewing, bemanningszaken. Als sleepvaart operator ben je daar wettelijk verplicht onder Australische vlag te varen en met Australisch personeel. Westug heeft de expertise op het gebied van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en helpt ons met de personeelswerving. We varen met drie bemanningsleden per boot en dan natuurlijk in shifts, ploegendiensten. De mensen krijgen natuurlijk eerst een uitgebreide training voor ze aan de slag kunnen.

Hoe ziet de operatie er daar uit?

We zetten negen van onze bekende Rotortugs (zeer wendbare slepers met een gepatenteerd driepunts aandrijfsysteem – red.) in, waarvan drie van onszelf. De andere zes zijn van Fortescue, maar wij doen de hele operatie. Ze hebben een trekkracht van 85 ton, wat voor havenslepers heel veel is.

Waarom is dat nodig?

De omstandigheden daar zijn nogal bijzonder, om het maar voorzichtig te zeggen. We moeten in een zeer afgelegen gebied de grootste ertscarriers ter wereld (schepen van zo’n 260.000 ton draagvermogen – red.) via een kanaal van 35 kilometer op de vloedgolf naar binnen en naar buiten slepen. Dat betekent dat die slepers echt aan de bak moeten en dus veel vermogen nodig hebben. Uitdagender dan in Port Hedland wordt het niet. We zetten per schip twee slepers voor en twee achter in. Dankzij de inzet van onze Rotortugs kunnen we per etmaal overigens een ertscarrier meer begeleiden dan met conventionele sleepboten. Dat is een groot voordeel voor onze klant, Fortescue.

Hoeveel mensen zijn er namens Kotug bij betrokken?

Tegen de honderd, maar niet iedereen staat op onze payroll. Dan hebben we nog het regionale hoofdkantoor in Perth (zo’n 1500 kilometer zuidelijker – red.) met negen mensen. Die sturen nog een aantal andere projecten aan, waaronder de begeleiding van lng-tankers van en naar Shells ‘Prelude’, die inmiddels in productie is gekomen. In totaal hebben we in en rond Australië nu ongeveer honderdveertig mensen en daarmee is het op dit moment onze belangrijkste regio.

Begin dit jaar heeft Kotug zich teruggetrokken uit de sleepvaart in Europa met de verkoop van de joint venture Kotug-Smit aan het Spaanse Boluda. Heeft dat geen  pijn gedaan?

Pijn is te sterk uitgedrukt, maar ik heb er nog wel gemengde gevoelens over. De Europese sleepvaart was tenslotte de basis van ons bedrijf. Maar ik ben ervan overtuigd dat verkoop de beste oplossing was voor het bedrijf, dat moest opereren in een zeer competitieve markt. Met de druk op de prijzen was het duidelijk dat er wat moest gebeuren. Toen heb ik bedacht dat ik dan maar als eerste een stap moest zetten. Boluda had al sleepdiensten in onder meer Spanje en  Frankrijk. Met de sleepdiensten van Kotug-Smit in Noordwest-Europa erbij hebben ze nu een veel sterkere positie.

Welke rol speelt het hoofdkantoor in Rotterdam nog?

We krijgen inderdaad wel eens de vraag wat we zitten te doen na de verkoop van Kotug-Smit. Vergeet niet dat we een wereldwijde organisatie aansturen met sleepdiensten in Azië, Australië, Afrika, Rusland en de Bahama’s. We zaten op ruim honderd sleepboten, nu op ongeveer vijftig. En we hebben nog wel het een en ander op stapel staan. Dus nee, we zitten hier zeker geen duimen te draaien.