Dat leidde tot een paniekreactie onder charteraars, die in allerijl probeerden de banden door te snijden met die twee bedrijven om niet zelf het slachtoffer te worden van sancties en op zoek gingen naar vervangende tonnage. Dat leidde er weer toe dat de aandelenhandel op de Hong Kong Stock Exchange in de holding Cosco Shipping Energy Transportation (CEST) donderdag werd stilgelegd.

Chinese bedrijven in de ban

De Amerikaanse regering heeft in totaal zes Chinese bedrijven in de ban gedaan, in een nieuwe stap in de escalerende handelsoorlog tussen de twee grootste economieën ter wereld. CEST exploiteert de grootste vloot olietankers ter wereld. Die telt 162 schepen met een totaal draagvermogen van 22,5 miljoen ton, waaronder 52 very large crude carriers (vlcc) met bijna zestien miljoen ton draagvermogen. Een aparte werkmaatschappij, Cosco Offshore Energy, exploiteert een vloot van ongeveer dertig lng-tankers.

Na de Amerikaanse aankondiging schoot het daghuur-tarief voor een vlcc op de route Perzische Golf – China met 34% omhoog tot bijna 47.000 dollar, zo meldt Lloyd’s List. Ook op andere routes, zoals West-Afrika – China, schoten de tarieven omhoog doordat charteraars op zoek gingen naar vervangende tonnage voor de Chinese tankers.

Charteraars

De Trump-regering heeft overigens niet de hele vloot in de ban gedaan, maar die van twee dochterbedrijven met samen ongeveer vijftig schepen. Toch mijdt een deel van de charteraars volgens nieuwsdienst Reuters uit voorzorg ook de schepen van het moederbedrijf.

Volgens het persbureau is het door de diffuse structuur van het moederbedrijf Cosco Shipping Corp moeilijk te bepalen welke schepen precies door de Amerikaanse sancties worden geraakt. In totaal telt de Cosco-vloot ongeveer duizend schepen met een totaal draagvermogen van rond de honderd miljoen ton.