De bemanning van de zeventien jaar oude bulkcarrier van 52.400 ton draagvermogen had voor het laatst op 20 augustus contact met de eigenaar, PT Gurita Lintas Samudera. De zoektocht wordt voortgezet en de kustwacht heeft de scheepvaart op de Bandazee ten noorden van het Molukse eiland Pulau Buru opgeroepen uit te kijken naar mogelijke sporen van het schip.

Liquefactie

De kans is groot dat het schip ten onder is gegaan ten gevolge van liquefactie, waarbij te natte bulklading door de beweging van het schip in vloeibare modder verandert. Dat komt vooral voor bij nikkelerts, dat ook de lading was die de ‘Nur Allya’ vervoerde. Het schip voer met een bemanning van 25 koppen.

Intercargo, een internationale belangenvereniging van de bulkvaart, heeft zijn bezorgdheid uitgesproken. ‘Hoewel de oorzaak van het mogelijke ongeval nog niet bekend is, dringen we er bij rederijen, exploitanten en zeevarenden op aan uiterst voorzichtig te zijn bij het aanvaarden van vervoer van nikkelerts en andere lading die gevoelig is voor liquefactie’, aldus de organisatie.

Belangrijkste doodsoorzaak

Eerder dit jaar noemde Intercargo in zijn jaarlijkse ongevallenrapport dit fenomeen zelfs de belangrijkste doodsoorzaak in de droge bulkvaart van de afgelopen tien jaar. Meer dan de helft van de 188 zeevarenden die gedurende die periode het leven verloren, werd hier het slachtoffer van. Zes van de negen scheepsrampen deden zich voor bij het vervoer van nikkelerts uit Indonesië.