Hoe begon de tankeroorlog ook alweer?

In mei worden vier olietankers voor de kust van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) aangevallen of gesaboteerd, vlakbij de Straat van Hormuz. De VS houdt Iran hiervoor verantwoordelijk, Teheran ontkent.

Op 13 juni is het weer raak in de Perzische Golf. Twee tankers worden aangevallen in de Straat van Hormuz. De Amerikanen wijzen opnieuw naar Iran en publiceren een video waarop te zien zou zijn dat de Iraanse Revolutionaire Garde een onontplofte kleefmijn van een van de tankers haalt. Iran wijst wederom alle beschuldigingen van de hand.

Iran schiet een paar dagen later een Amerikaanse drone uit de lucht. Kort daarna blaast de Amerikaanse president Donald Trump een vergeldingsaanval op Iran op het laatste moment af. Op de achtergrond speelt ook het geklapte atoomakkoord met Iran. Vorig jaar trok de VS terug uit de deal en legde Iran nieuwe economische sancties op.

Hoe belangrijk is de Straat van Hormuz?

De Straat van Hormuz, die de Perzische Golf verbindt met de Golf van Oman, is een enorm belangrijke handelsroute voor olie en gas. Jaarlijks passeert een vijfde van alle olie in de wereld de Straat van Hormuz. In 2018 ging het om 21 miljoen olievaten per dag. Daarnaast gaat een derde deel van het vloeibare gas dat de wereld gebruikt langs deze route.

De wateren behoren volgens het Zeerechtverdrag van de VN tot de territoriale wateren van Iran en Oman. In dat verdrag staat eveneens dat schepen het recht hebben van ‘innocent passage’, dus dat ieder schip er vrij mag varen zolang er geen agressieve intenties in het spel zijn.

Hoe zijn de Britten betrokken geraakt bij het ‘ Iran-conflict’?

Begin juli leggen autoriteiten op het Britse gebiedsdeel Gibraltar een Iraanse supertanker ‘Grace 1’ aan de ketting. Het schip zou aardolie naar Syrië vervoeren en daarmee sancties van de Europese Unie overtreden.

Iran reageert woedend en dreigt met vergeldingsacties. ‘Als Groot-Brittannië de Iraanse olietanker niet vrijgeeft, is het de plicht van de Iraanse autoriteiten om zelf een Britse olietanker in beslag te nemen’, schrijft een Iraanse legerofficier op Twitter.

Op 13 juli proberen drie schepen van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRG) een Britse olietanker ‘British Heritage’ van BP Shipping te stoppen in de Straat van Hormuz. Een nabij gelegen fregat van de Britse marine, de ‘HMS Montrose’, die het schip escorteerde richtte vervolgens de wapens op de Iraniërs, waarop ze vertrokken.

Een kleine week later wordt de Britse ‘Stena Impero’ geënterd door de IRG in de Straat van Hormuz. Teheran zegt dat het schip zich niet hield aan de internationale voorschriften. Het schip was volgens Teheran vrijdag betrokken bij een ongeluk met een vissersboot en negeerde hulpverzoeken. Volgens scheepseigenaar Stena Bulk hield de tanker zich echter aan alle regels.

De Britten willen nu dat er marinemissie onder Europese leiding in de Perzische Golf wordt opgetuigd om de veiligheid van van de scheepvaart in de regio te garanderen.

Hoe reageert de scheepvaart?

De dreigende sfeer in de Golfregio vertaalt zich onder meer in hogere verzekeringskosten voor de scheepvaart. Die kosten rekenen rederijen door aan hun klanten in de vorm van een extra toeslag per teu, de zogeheten ‘war risk surcharge’, voor ladingen die richting de Perzische Golf gaan.

CMA CGM was de eerste containergigant die de tariefverhoging doorvoerde, maar inmiddels doen de vijf grootste rederijen er allemaal aan mee, van Maersk tot Hapag-Lloyd. Het bedrag aan war risk surcharge varieert zo tussen 36 (32,10 euro) en 50 dollar (44,60 euro) per teu.

De koepel van Nederlandse reders KNVR voerde vorige maand overleg met het ministerie van Defensie over de veiligheidssituatie in de Perzische Golf, maar vindt vooralsnog dat er geen hulp nodig is van de marine. ‘Ik hoop en denk dat we de beveiliging van Nederlandse schepen en onderdanen op een andere manier kunnen organiseren’, aldus directeur Annet Koster van de KVNR.

Wat doet Nederland?

Zowel de Amerikanen als de Britten hebben Nederland verzocht om deel te nemen aan een marinemissie om een veilige doorvaar voor schepen in de Straat van Hormuz te bevorderen. Of dat gaat gebeuren is nog onduidelijk. Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet onlangs in een verklaring weten ‘ernstig bezorgd’ te zijn over de inbeslagname van de Britse olietanker. ‘Nederland is solidair met de Britten’, aldus de verklaring. Het kabinet overweegt om een fregat te sturen naar het Golfgebied en neemt daar in augustus een definitief besluit over.

Wordt het oorlog?

Dat lijkt onwaarschijnlijk. Een gewapend conflict in het Midden-Oosten zou Trump een jaar voor de presidentsverkiezingen enorm slecht uitkomen. Een oorlog kost ten eerste klauwen met geld. Een ander gevolg is dat naar alle waarschijnlijkheid de olieprijs behoorlijk zal stijgen en dus ook de benzineprijzen in de Verenigde Staten. Dat zou Trumps electoraat hem vast niet in dank afnemen.

De Iraanse minister Mohammad Zarif (Buitenlandse Zaken) zei onlangs dat zijn land niet uit is op een confrontatie, maar normale relaties wil op basis van wederzijds respect. ‘Een conflict beginnen is makkelijk’, zei de minister tegen verslaggevers. ‘Het beëindigen zou onmogelijk zijn.’

Een Iraanse topambtenaar in de staf van geestelijk leider ayatollah Ali Khamenei meldde woensdag 24 juli dat Londen een bemiddelaar naar Iran heeft gestuurd om te praten over de tanker Stena Impero. De Britse regering ontkent dat.