Het is zondag 5 mei als het zwareladingschip ‘Blue Marlin’ van Boskalis op ongeveer tachtig mijl uit de kust van het West-Afrikaanse land Equatoriaal Guinee op een gewelddadige wijze wordt gekaapt. Het schip is net klaar met lossen en volgens planning vertrokken richting Malta. In de loop van de middag wordt het schip vanaf een zodiac geënterd door meerdere gewapende piraten. De twintig bemanningsleden weten zich in veiligheid te brengen in de citadel, de zwaar beveiligde ruimte in het schip die is uitgerust met communicatiemiddelen en noodrantsoenen. De lokale autoriteiten worden gewaarschuwd.

Direct worden er twee helikopters vanuit het West-Afrikaanse land gemobiliseerd, gevolgd door schepen van de marine van zowel Equatoriaal Guinee als Spanje. Bij daglicht wordt het schip door de marine aangeklampt en doorzocht. De piraten zijn dan al gevlogen. Buiten wat materiële schade is de kaping relatief goed afgelopen. De bevrijde bemanningsleden verkeren in goede gezondheid.

Anderhalve week later is het weer raak op een Nederlands schip voor de kust van West-Afrika. Het is 14 mei rond 02.00 uur ‘s nachts. Terwijl de bulkcarrier ‘Hanze Gendt’ van Hanzevast voor anker ligt bij Conakry in het West-Afrikaanse Guinee, klimmen vier piraten met automatische wapens aan boord. Ze gijzelen de bemanning en plunderen het schip. Bij de brute overval raakt een crewlid gewond.

Gevaarlijk vaarwater

De incidenten in de West-Afrikaanse wateren staan niet op zichzelf. De laatste jaren worden schepen in deze regio geteisterd door piraten. Vooral de Golf van Guinee, die grofweg loopt van Ivoorkust tot Gabon, is bloedlink en wordt in het IMB-onderzoek bestempeld als het meest gevaarlijke vaarwater ter wereld.

De cijfers in het onderzoek spreken voor zich. Van de 78 aanvallen die het eerste half jaar van 2019 wereldwijd werden geregistreerd vonden er 33 plaats in de ‘Golf’. Het IMB-rapport onthult verder dat er in het eerste half jaar 75 zeelui aan boord gegijzeld of ontvoerd zijn voor losgeld, van wie 62 in de Golf van Guinee. Concreet komt het erop neer dat 73% van alle gijzelnemingen op zee (27) en 92% van de ontvoeringen voor losgeld (35) daar plaatshadden. De daadwerkelijke aantallen liggen volgens de IMB nog hoger, omdat niet alle aanvallen worden gemeld.

Bovenaan de agenda

De zorgwekkende situatie in de West-Afrikaanse wateren stond begin juni bovenaan de agenda bij het symposium dat werd georganiseerd in het hoofdkwartier van de International Maritime Organization in Londen. Tijdens de bijeenkomst, die werd gesponsord door Bimco, IMCA, ICS, ITF en OCIMF, kwamen diverse deskundigen aan het woord over de precaire situatie in de Golf van Guinee.

Volgens professor Bertrand Monnet, die verschillende bendes in de Nigerdelta interviewde, is het leeuwendeel van de aanvallen in het gebied toe te schrijven aan zo’n tien groepen piraten uit Nigeria. De piraten-expert noemt ze ‘goed ge­organiseerd’ en ‘gedreven’. De Nigeriaanse zeerovers varen in grote vissersboten de zee op en stappen vervolgens ver uit de kust op speedboten. Daarna slaan ze toe op tankers of bulkschepen. Aanvallen zijn gemeld tot 120 mijl uit de kust.

Ontvoeringen

Voorheen beperkten de Nigerianen zich vooral tot het beroven van olietankers om hun lading vervolgens te verpatsen op de zwarte markt. Maar toen in 2015 de olieprijs daalde, stortten ze zich op ontvoeringen. Gekidnapte bemanningsleden worden diep in de krochten van de Nigerdelta meegenomen en pas vrijgelaten nadat er losgeld is betaald. Het afgelopen jaar werden 193 opvarenden ontvoerd door Nigeriaanse piraten. Dit aantal stijgt substantieel, waarschuwt het IMB-rapport.

Het is moeilijk om een specifieke oorzaak aan te wijzen voor de bloei van Nigeriaanse piraterij, zo valt te lezen in een rapport van het Britse risicokantoor EOS Risk, dat jaarlijks de West-Afrikaanse veiligheidsontwikkelingen in kaart brengt. Stijgende olieprijzen, krachteloze kustwachten en de mogelijkheid om grote hoeveelheden gestolen goederen snel door te verkopen, bevorderen de piraterij in West-Afrika. Een van de grootste problemen is corruptie. Dat resulteert erin dat overheden meer dan eens weigeren om in te grijpen.

Om het piratenprobleem voor de Somalische kust in de kiem te smoren, werd een aantal jaar geleden met succes een internationale troepenmacht opgetrommeld. Dat kon destijds omdat Somalië een failed state is, legde directeur Annet Koster van de Nederlandse redersvereniging KVNR eerder dit jaar in deze krant uit. ‘Dat is in Nigeria anders. Dat land heeft een eigen politie en legermacht en wil niet dat schepen zonder door Nigeria goedgekeurde beveiliging in hun territoriale wateren varen. Nigeria duldt zeker geen marineschepen onder andere vlag.’

Boko Haram

Daarbij lijkt de Nigeriaanse overheid wel iets meer aan zijn hoofd te hebben dan louter het bestrijden van piraterij. Denk alleen al aan de continue dreiging van de jihadistische terreurgroep Boko Haram en gewelddadigheden tussen boeren en herders, die vele malen dodelijker zijn dan de piratenaanvallen.

Toch gloort er enige hoop dat de Nigeriaanse overheid het piratenprobleem wil aanpakken. Onlangs is een wet aangenomen, waardoor piraterij nu is opgenomen in het wetboek van strafrecht. Daarnaast ziet het IMB ‘de welkome afname’ van aanvallen in de Golf van Guinee in het tweede kwartaal van 2019, en looft het daarvoor de Nigeriaanse marine die adequaat reageert op gemelde incidenten.