Maar Philadelphia is toch helemaal geen zeehaven, zal een enkeling opmerken. Klopt, de havenbeheerder Philaport exploiteert terminals aan de rivier Delaware, of beter gezegd aan een estuarium van deze stroom, oostelijk van de wereldwijde hoofdstad van de Soul Music, die op de Atlantische Oceaan uitgeeft.

Goed, men dient de puntjes waar nodig op de i te zetten. Hoe dan ook zit MSC met de brokken, want de Amerikaanse douane gaat er ‘for the time being’ niet zomaar vanuit dat de reder volledig voldoet aan de bepalingen van het Customs-Trade Partnership Against Terrorism, zoals C-TPAT voluit heet. Er slipt lading doorheen waarmee je Philly en wijde omgeving, denk bijvoorbeeld aan New York, maandenlang zo ‘stoned als een garnaal’ kunt krijgen, om Van Kooten en De Bie te citeren.

Nachtmerrie voor de rederij zelf, nachtmerrie voor de lokale douane. De tests voor het behalen van het diploma C-TPAT zijn niet sluitend gebleken. Dat zijn ze, zou je kunnen opmerken, natuurlijk nooit zolang niet de inhoud van elke container, waar ook ter wereld aan boord komend, volledig wordt gemonsterd. Rotterdam en Antwerpen kampen, als grote aankomsthavens, met hetzelfde probleem. Je geeft containers vrij onder het motto: o, die zijn van MSC, zit wel goed. Zou je wel alle containers scrupuleus inspecteren, dan zet je een rem op de wereldhandel. Voor cocaïne maakt een dagje vertraging waarschijnlijk niet uit, voor een reefercontainer met peren of bananen ligt de zaak heel anders.

Het werkelijke vraagstuk begint bij corruptie in de havens van lading en het eindigt in de loshaven bij onbetrouwbare medewerkers in de logistieke keten, die soms het eigen inkomen aanzienlijk weten bij te spijkeren door contrabande in het vrije verkeer te brengen. Er rust op werkgevers de plicht om hier grondig op toe te zien. Het hele systeem, in dit geval dus C-TPAT, werkt niet als je de rotte appels in de mand laat zitten. En ja, MSC, dat geldt ook voor jou.