Dat bevestigt projectleider Marco Buitelaar. De Nederlandse inspectiedienst werkt samen met onder meer Frankrijk en Denemarken aan de inzet van ‘snuffelen op afstand’ om de controle op de uitstoot van zwaveloxiden te verbeteren. Dat is nodig om de naleving van het verbod op brandstof met meer dan 0,1% zwavel op de Noordzee af te dwingen.

Bereik

Hij bevestigt dat ILT, de inspectiedienst van het ministerie van IenW, daarvoor in principe een Skeldar V-200 van UMS Skeldar wil inzetten. Dat is een ongeveer vier meter lange vtol (vertical take-off and landing), die zo’n zes uur in de lucht kan blijven en een bereik van ongeveer honderd kilometer heeft. Een aantal marines, waaronder de Duitse, heeft het toestel al in gebruik.

Volgens een defensie-expert kost een compleet Skeldar-systeem met twee drones en een grondstation ongeveer vier miljoen euro. UMS Skeldar is een Zwitserland gevestigde joint venture van het Zweedse Saab en de Zwitserse UMS Aero Group. Buitelaar doet geen uitspraak over de projectkosten, maar zegt dat er ‘veel tijd en moeite’ in wordt gestoken. Hij gaat ervan uit dat in de loop van het jaar een besluit over de aanschaf genomen kan worden.

Snuffelpaal

De inspectiedienst heeft vorig jaar bij Hoek van Holland al een ‘snuffelpaal’ geïnstalleerd. Die meet continu de emissie van langsvarende schepen, door ‘hapjes uit de lucht te nemen’. Volgens Buitelaar is dat een effectieve aanpak gebleken en is het aantal ‘normoverschrijdingen’ behoorlijk verminderd.

De resultaten van die snuffelpaal zijn echter sterk afhankelijk van de windrichting. Met drones is dat probleem te ondervangen. Bovendien kan het inspectiegebied door het veel grotere bereik sterk worden uitgebreid.

Het drone-project staat overigens los van het wereldwijde IMO-verbod op het gebruik van brandstof met meer dan een half procent zwavel, dat volgend jaar van kracht wordt. Op de Noordzee is al sinds begin 2015 een strengere limiet van 0,1% zwavel van kracht.