Dat blijkt uit het Bulk Carrier Casualty Report, dat de internationale belangenvereniging voor de bulkvaart Intercargo onlangs heeft gepubliceerd. Van de 188 opvarenden van droge bulkcarriers die in de periode 2008-2018 het leven verloren, kwam er 101 om het leven door verschuiven of vloeibaar worden van de lading.

Negen schepen

De doden vielen op negen schepen. Zes daarvan vervoerden nikkelerts uit Indonesië, twee lateriet (een soort klei) met ijzererts uit India en één bauxiet uit Maleisië. Dit soort droge lading kan zich onder bepaalde omstandigheden als een vloeistof gaan gedragen, met noodlottige gevolgen voor de stabiliteit van het schip in kwestie. Intercargo zegt in het rapport dat liquefactie en ladinginstabiliteit een belangrijk punt van zorg voor de droge bulkvaart blijven.

Het rapport laat zien dat in de genoemde periode in totaal 48 bulkcarriers verloren gingen. De belangrijkste oorzaak, met negentien ‘total losses’ als gevolg, is stranding. Op een gedeelde tweede plaats staan ‘oorzaak onbekend’ en ‘ondergelopen’, beide met zes gevallen. Intercargo wijst erop dat in maar liefst elf van die twaalf gevallen geen onderzoeksrapport aan de International Maritime Organization is overhandigd.

Kleinere schepen

De meeste ongevallen gebeuren met kleinere schepen, blijkt uit de Intercargo-cijfers. Van de 48 scheepsongevallen ging het in 29 gevallen om schepen tot 50.000 ton. Het aantal ‘total losses’ is wel fors afgenomen. Waren het er in 2009 en 2011 nog respectievelijk tien en elf, in 2018 waren het er nul. In 2017 werd die trend echter doorbroken door de rampen met de ‘Stellar Daisy’ en de ‘Emerald Star’, waarbij in totaal 32 opvarenden de dood vonden.