Het gaat om een zaak van een Filipijns bedrijf dat landgenoten als bemanning op Nederlandse schepen inzette. Volgens de onderneming zou de Nederlandse wet niet van toepassing zijn op Filipijnse zeelieden en wordt dat niet anders als zij aan boord van een Nederlands schip werken.

43.800 euro

De overheid was het daar niet mee eens. Het bedrijf kreeg een boete van 43.800 euro wegens onderbetaling. Het bedrijf stapte naar de rechter. Die oordeelde dat alleen zeelieden die te maken krijgen met een Nederlandse werksituatie onder de Nederlandse rechtssfeer vallen. De boete werd verlaagd naar 22.300 euro.

Zowel de overheid als het bedrijf tekenden beroep aan. Bij de hoogste bestuursrechter trekt de Staat aan het langste eind. De boete komt met 43.100 euro iets lager uit dan de oorspronkelijke boete, aangezien de overheid inmiddels heeft erkend dat er voor één werknemer eigenlijk geen boete opgelegd had moeten worden wegens onderbetaling van de vakantiebijslag.