Het milieuvriendelijke Franse schip met Japanse Toyota-technologie bracht afgelopen week een bezoek aan de Amsterdamse haven in het kader van zijn wereldwijde groene promotietoer, die twee jaar geleden begon en zes jaar moet gaan duren.

‘Oceaanreuzen op waterstof, op termijn moet dat mogelijk worden’, zegt Victorien Erussard, schipper en initiatiefnemer van de ‘Energy Observer’, ‘maar eerst moet nog wel aan meerdere belangrijke voorwaarden worden voldaan. Zo moeten er nog betere methoden worden ontwikkeld voor de opslag van waterstof in vloeibare vorm, een vorm die pas bereikt wordt bij een extreem lage temperatuur van min 253 tot min 273 graden Celsius. Tevens moet de techniek, die op zichzelf voorhanden is, geschikt worden gemaakt voor grotere brandstofcellen. Voorts zullen havens hun infrastructuur moeten aanpassen om grote waterstofschepen te kunnen ontvangen.’

Louis-Noël Viviès, directeur van Energy Observer, vult aan: ‘De maritieme sector is nu nog een wereld van oorverdovende machinekamers waarin kerels met zwartgerande nagels werken. Er zullen duizenden mensen getraind moeten worden voor een nieuwe, stillere, elektrisch aangedreven wereld.’

Tekst loopt door onder foto

Ook zijn er nog verschillende financiële hordes te nemen, zegt Viviès. Waterstof kan pas echt goed concurreren met fossiele brandstoffen als het gebruik goedkoop genoeg wordt. Maar om de prijzen omlaag te krijgen, is dan weer eerst massaal gebruik nodig, aldus de Fransman.

Het gevaar is dus dat de allereerste kip bij ontstentenis van een broedende kip eeuwig in het ei blijft. ‘En als we wel mogen gaan beleven dat iedereen daadwerkelijk zijn eigen brandstof uit zeewater maakt, krijg je nog het probleem dat overheden veel belastinginkomsten mislopen.’

Terminals

Containerterminals hoeven zich duidelijk nog niet meteen vandaag voor te bereiden op de komst van waterstofschepen, maar de Amsterdamse haven is wel degelijk serieus bezig met de waterstoftechnologie. Nouryon, Tata Steel en Havenbedrijf Amsterdam ontvouwden onlangs plannen voor een waterstoffabriek bij IJmuiden met een capaciteit van 15.000 ton per jaar, een project waarover volgens Eduard de Visser, directeur Strategie en Innovatie van Havenbedrijf Amsterdam, volgend jaar de definitieve beslissing wordt genomen.

Tekst loopt door onder foto

Tata Steel wil met waterstof zijn energieverbruik groener maken, net zoals in de Rotterdamse haven al initiatieven zijn om fabrieken te verduurzamen met elektriciteit uit waterstof. Maar De Visser voorziet zeker ook transporttoepassingen. ‘We beginnen om eigen vaartuigen van het Havenbedrijf op waterstof te laten varen, maar op termijn kunnen ook de binnenvaart, de zeescheepvaart, het openbaar vervoer en vuilniswagens er gebruik van maken. Het potentieel is echt enorm.’

Hoe weerbarstig de praktijk kan zijn, werd eerder bewezen op uitgerekend de Amsterdamse grachten. Vol trots werd daar tien jaar geleden reeds ’s werelds eerste commerciële schip op waterstof gepresenteerd, een rondvaartboot van rederij Lovers, maar dat innovatieve vaartuig lag vervolgens jaren aan de kade vanwege gedoe over vergunningen.

Toekomstmuziek

De echte doorbraak van waterstof-aandrijving is nog steeds toekomstmuziek, ook al is de basistechniek voorhanden en staan pioniers te trappelen. De Amsterdamse wethouder Marieke van Doorninck, verantwoordelijk voor Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid, vertelde de Franse gasten dat Amsterdam in 2050 een ‘klimaatneutrale stad’ wil zijn.

En dan te bedenken dat 20% van de bunkerolie wordt gestookt om olie te transporteren.

‘Jullie schip laat ons alvast een glimp van de toekomst zien’, zo vleide ze het Franse bezoek. ‘De techniek mag dan nog niet perfect zijn, het is toe te juichen dat jullie hebben besloten om het gewoon te gaan dóen. Van de fouten die jullie maken, kan iedereen leren. Varend veranderen jullie de wereld.’

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft voor de internationale zeescheepvaart precies hetzelfde richtjaar gekozen als Amsterdam, 2050, maar een voorzichtigere ambitie: een halvering van de uitstoot van broeikasgassen.

Koopvaardijofficier

Kapitein Victorien Erussard kwam op het idee om zijn milieuvriendelijke, zelfvoorzienende Energy Observer te bouwen in de jaren dat hij als koopvaardijofficier werkte. ‘Zeeschepen die op fossiele brandstoffen varen stoten zoveel roetdeeltjes uit, dat ik in feite continu boven op een giffabriek zat te werken. En dan te bedenken dat 20% van de bunkerolie wordt gestookt om olie te transporteren. Alle oude energiebronnen bij elkaar maken zelfs 43% uit van de maritieme goederenstroom.’

Tekst loopt door onder foto

Een kolossaal vrachtschip op waterstof naar Shanghai of Los Angeles laten varen, dat is voorlopig nog een brug te ver, maar de Fransen willen met hun Energy Observer wel aantonen dat vervoer met waterstofschepen niet beperkt hoeft te blijven tot stadsgrachten. Na met het demonstratievaartuig eerst Franse kustplaatsen en het Middellandse Zeegebied te hebben bezocht, trekken ze nu langs Noord-Europese bestemmingen om schone scheepvaart te promoten en hopelijk nieuwe kennis te vergaren.

Oceanwings

Amsterdam is volgens de Fransen een belangrijke halteplaats omdat ‘Nederland uit vrije wil een duidelijke route naar hernieuwbare energieën volgt en de risicovolle exploitatie van zijn aardgasreserves de rug toekeert’. Erussard en zijn crew willen in Amsterdam niet alleen knowhow op het gebied van groene energie opslorpen, maar laten er hun schip bovendien equiperen met een extra snufje: twee roterende vleugels voor het opwekken van windenergie. Samen met de zonnepanelen waarmee de oppervlakte van de Energy Observer reeds is bekleed, zorgen die twee zogenoemde ‘Oceanwings’ dat het vaartuig zelfstandig waterstof kan aanmaken uit zeewater.

Erussard heeft hoge verwachtingen van de Oceanwings, die het energieverbruik van zeeschepen volgens simulaties met wel 42% zouden kunnen verlagen. ‘Een belangrijk cijfer als je weet dat 90% van de wereldhandel over zee gaat.’

Na Amsterdam vaart de Energy Observer naar Hamburg en Sint-Petersburg. Via het Witte Zeekanaal wordt vervolgens koers gezet naar Spitsbergen. ‘Niet per se om ijsberen te filmen’, zegt expeditieleider en documentairemaker Jérôme Delafosse, ‘maar om te tonen dat Spitsbergen het Ground Zero van de klimaatverandering is. De mens is de aarde aan het verwoesten, maar samen met de vele pioniers die we op onze reis ontmoeten, kunnen we laten zien dat de mens óók in staat is om zelf het tij te keren.’

De Fransen willen in zes jaar tijd 101 halteplaatsen bezoeken in vijftig landen. Volgende zomer staat tijdens de Olympische Spelen een bezoek aan Tokio gepland en daarna is Amerika aan de beurt.

‘Energy Observer’ nog tot en met zondag te zien
De ‘Energy Observer’ is nog tot en met zondag 14 april te zien aan de NDSM-werf in Amsterdam. Nieuwsgierigen kunnen op de kade een bescheiden mobiele tentoonstellingsruimte bezoeken waarin de Fransen alle ins en outs van de waterstofaandrijving uit de doeken doen. De expositieruimte is niet per schip aangevoerd; vrachtwagens zorgen ervoor dat de tentoonstelling tegelijk met de ‘Energy Observer’ in elke halteplaats aanwezig is.
De Amsterdammers hebben het hypermoderne vaartuig en tentoonstellingsdorpje van hun Franse gasten niet een locatie met de allergrootste grandeur gegeven à la ‘Obama voor de Nachtwacht’. Mocht het Energy Observer-kamp op de vorige stop in Antwerpen zijn tenten nog opslaan pal naast het futuristische Havenhuis, op de NDSM-werf in Amsterdam zijn de Fransen aanbeland op een rommelig terrein dat na de teloorgang van de Nederlandse scheepsbouw bekendheid kreeg als lustoord voor krakers, graffitispuiters en alternatieve kunstenaars. Een oude havenkraan doet er dienst als hotel en op een steenworp afstand ligt het roemruchte Veronica-schip afgemeerd. Projectontwikkelaars die op de voormalige scheepswerf momenteel duizenden nieuwe woningen bouwen, noemen het gebied ‘rafelig, tegendraads en filmisch mooi’. De toegang tot het tijdelijke Energy Observer-dorp is gratis.