Volgens de raad is Mangouras de belangrijkste schuldige van de scheepsramp, die tot de grootste milieuramp in de Spaanse geschiedenis leidde. Naar schatting 63.000 ton ruwe olie kwam in zee terecht. Een deel daarvan spoelde aan op de kusten van Galicië in Noordwest-Spanje. Zo’n 300.000 mensen, voor het grootste deel vrijwilligers, werden ingezet om de troep op te ruimen.

Tankrederijen

Director Katharina Stanzel van de vereniging van tankerrederijen Intertanko noemt de uitspraak van de Spaanse Hoge Raad ‘een deplorabel precedent’. ‘Mogen gezagvoerders van schepen, die in uiterst moeilijke omstandigheden professionele besluiten moeten nemen, worden weggezet als criminelen’, vraagt zij zich af.

In eerdere rechtszaken was gebleken dat de ‘Prestige’ hoogstwaarschijnlijk in een zeer slechte staat verkeerde toen die op 13 november 2002 nabij Kaap Finisterre schipbreuk leed. Het schip werd door het Nederlandse Smit Internationale geborgen, maar Spanje weigerde het schip in een van zijn havens toe te laten. Tegen het advies van kapitein Mangouras en Smit in lieten Spaanse autoriteiten de tanker verder de Atlantische Oceaan op slepen, waar die op 19 november uiteindelijk in tweeën brak en zonk.

Metaalmoeheid

Onderzoek naar de toedracht van de ramp wees uit dat in de jaren vóór het ongeval drie zusterschepen van de ‘Prestige’ waren gesloopt vanwege zorgen over metaalmoeheid. Volgens een reconstructie die in 1996 werd uitgevoerd, heeft dat probleem mogelijk geleid tot het scheuren van de romp op de woelige oceaan. Mangouras werd in 2016 wegens ‘roekeloosheid’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar.

In totaal heeft de olieramp de Gallisische economie naar schatting zes miljard dollar gekost. In hoeverre Mangouras en London P & I Club daadwerkelijk gaan betalen, valt af te wachten. Volgens Spaanse media krijgt het proces over de aansprakelijkheid van de verzekeraar waarschijnlijk een vervolg voor een Londens arbitragehof.