In een wereld van klimaatverandering en een wereldwijd toenemend milieubewustzijn heeft Jan De Nul Group ervoor gekozen om haar nieuwste generatie van baggervaartuigen uit te rusten met een slim filtersysteem. Hiermee kunnen toxische substanties uit de uitlaatgassen worden verwijderd of geëlimineerd.

Lage-emissie schepen

‘Onze focus verschilt van die van onze sectorgenoten die kozen voor schepen met schone brandstoffen. Met onze lage-emissieschepen focussen we op een zo laag mogelijke impact van maritiem transport en havenontwikkeling op de volksgezondheid en algehele luchtkwaliteit’, zegt Mieke Fordeyn, directeur Internationale Divisie van Jan De Nul Group.

Het bedrijf haalde het idee voor deze technologie uit Zwitserland, waar het filteren van uitlaatgassen in de tunnelindustrie al sinds de jaren negentig geldt. Voertuigen en zware machines zijn er uitgerust met een uitlaatgasfiltersysteem, zodat arbeiders aan het werk in tunnels onder de Alpen schonere lucht kunnen inademen.

Regelgeving

De groep laat momenteel vijf lage-emissieschepen van eigen ontwerp bouwen. Het gaat om drie sleephopperzuigers met een laadruimte van 3.500 kubieke meter en twee van 6.000 kubieke meter. De drie kleinste hoppers werden al te water gelaten en worden zeer binnenkort in gebruik genomen. De lage-emissieschepen gaan verder dan de maritieme IMO Tier III-regelgeving

De zes vaartuigen worden allemaal dieselelektrisch aangedreven, met een optimaal gebruik van de opgewekte energie en een laag brandstofverbruik. De schepen zijn uitgerust met een uiterst efficiënt tweefasig filtersysteem voor uitlaatgassen, waardoor ze beantwoorden aan de Europese Stage V-emissie-eisen voor de binnenvaart.

Emissienormen

‘We  zijn de eerste baggeraar ter wereld die baggerschepen in de vaart brengt, die voldoen aan de strengste Europese emissienormen’, zegt Robby De Backer, hoofd nieuwbouw bij Jan De Nul Group. ‘Met deze schepen voeren wij baggerprojecten uit met de laagst mogelijke uitstoot.’

De Europese Stage V-emissienormen voor de binnenvaart zijn strenger dan de normen van de International Maritime Organisation. De IMO legt voor de zeevaart de Tier III-regelgeving op, die veel hogere uitstoot van schadelijke stoffen toelaat.

Riviermondingen

‘Onze schepen worden vooral ingezet in riviermondingen, nabij de kust, in havens of dichtbevolkte gebieden. Dat deze schepen veel lagere emissies hebben, is dan ook een extra troef’, zegt De Backer. Zo draagt Jan De Nul Group bij aan een betere luchthygiëne tijdens de uitvoering van zijn projecten.

Elke dieselmotor aan boord is uitgerust met een katalytische filter en een dieselpartikelfilter (DPF) die de uitlaatgassen in twee fasen filteren. Met de katalytische filter en door de toevoeging van Urea (AdBlue) is momenteel de meest efficiënte manier om de uitstoot van NOx te reduceren.

De dieselpartikelfilters zijn VERT-gecertificeerd (Zwitserse keurlabel) en halen stofdeeltjes en nanopartikels uit de uitlaatgassen. Bovendien filtert de DPF ook de Black Carbon eruit. Zo minimaliseert Jan De Nul Group de impact van zijn schepen niet alleen op de luchtkwaliteit, maar ook op het klimaat.

jan de nul uitreiking