Het aangeklaagde bedrijf zou hebben geweten onder welke erbarmelijke omstandigheden Noord-Koreaanse arbeiders daar moesten werken. Desondanks bleef het opdrachten aan de Poolse werf (Crist S.A.) verstrekken. Dat stelt het Nederlandse advocatenkantoor Prakken d’Oliveira donderdag.

Het kantoor staat de Noord-Koreaanse aangever bij, maar wil niet zeggen om welke scheepsbouwer het gaat. Dit zou het strafrechtelijk onderzoek kunnen belemmeren. De betrokken arbeider zou twaalf uur per dag onder onveilige omstandigheden hebben moeten werken. Het grootste deel van zijn loon ging naar de Noord-Koreaanse staat.

Profiteren

Het juridische team dat de Noord-Koreaanse arbeider vertegenwoordigt, koos er bewust voor de zaak in Nederland aanhangig te maken. ‘Het Nederlandse recht biedt een unieke mogelijkheid. Het stelt het voordeel trekken uit uitbuiting strafbaar. Dit opent de mogelijkheid om bedrijven aansprakelijk te houden die weliswaar zelf niet de directe uitbuiters zijn, maar die wel willens en wetens van deze uitbuiting profiteren.’

Deze bedrijven zouden daarmee grote winsten in het Westen maken, ten koste van de arbeiders uit ontwikkelingslanden. Dit stelt Barbara van Straaten, advocaat bij Prakken d’Oliveira. De anti-slavernij-organisatie Freedom Fund steunt de actie.

Eerder dit jaar raakten Damen Shipyards en Boskalis in opspraak. Zij werden genoemd als zijnde bedrijven die zaken deden met een Poolse scheepswerf waar Noord-Koreaanse arbeiders aan de slag waren. Beide bedrijven gaven destijds aan niet op de hoogte te zijn geweest van de slavenarbeid op Poolse scheepswerven. Of Damen danwel Boskalis het bedrijf is waartegen aangifte is gedaan, is niet duidelijk.

Lees ook: ‘Damen en Boskalis wisten niet van slavernij Koreanen’