Tijdens de bijeenkomst, waarin de focus lag op het terugdringen van de zwavel- en CO2-uitstoot van de scheepvaart, is er geen enkele vooruitgang geboekt om de klimaatproblematiek aan te pakken, schrijft ngo Transport & Environment, dat onderdeel is van het samenwerkingsverband Clean Shipping Coalition waarin elf milieuorganisaties zich verenigd hebben. Transport & Environment doelt daarmee met name op de aanpak van de CO2-problematiek waarvoor de IMO in april onder druk van een kritische wereldgemeenschap ambitieuze doelstellingen aannam.

Als de scheepvaart zoals beloofd in 2030 40% energiezuiniger wil zijn en in 2050 zijn totale CO2-uitstoot gehalveerd wil hebben zijn er dringend maatregelen nodig, stelt scheepvaartdirecteur Bill Hemming. De overeenkomst van april bevat ook de implementatie van directe maatregelen die vóór 2023 al effect moeten hebben, maar de overweging van die maatregelen werd vorige week vooruitgeschoven naar de volgende milieubijeenkomst van de IMO in mei 2019. Meer dan een jaar na het opstellen van de klimaatovereenkomst, constateert Transport & Environment.

Broeikasgassenstrategie

‘De tijd dringt maar dat is niet het gevoel dat je krijgt in de vergaderruimte van de IMO’, zegt Hemming. ‘De vastberadenheid van april om op korte termijn emissiereducerende maatregelen te nemen is slachtoffer geworden van procedures, bureaucratie en vertraging geleid door landen die nooit echt mee wilden doen. De Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Brazilië voeren die lijst aan.’

Volgens Hemming hadden de lidstaten er geen enkele moeite mee om alle hoop op eisen voor efficiëntere schepen de nek om te draaien. ‘Als dit het tempo is waarin de IMO zijn broeikasgassenstrategie gaat implementeren, zullen sommige delegaties in de toekomst geen land meer hebben om na een bijeenkomst naar terug te keren.’