Dat concludeert DNB Markets, de zakelijke tak van de Noorse nationale bank. De geraamde terugverdientijd is gebaseerd op het grote prijsverschil van zwavelarme bunkerolie (maximaal 0,5% zwavel) en zwavelhoudende brandstof (maximaal 3,5%). Dat verschil schommelt tussen de 200 en 250 dollar per ton.

Hoewel rederijen het afgelopen halfjaar een golf aan bestellingen van scrubbers hebben geplaatst, is duidelijk dat in 2020 slechts een bescheiden deel van de wereldvloot met een scrubber zal rondvaren. DNB schat dat aantal op 2.300 schepen. Zij zijn gezamenlijk goed voor ongeveer 15% van de vraag naar bunkerolie. Dat zou betekenen dat de overige 85% in 2020 moet overschakelen op de veel duurdere zwavelarme brandstof.

Tankers en bulk

DNB heeft overigens vooral gerekend aan tankers en bulkcarriers. VLCC’s, aardolie-tankers van meer dan 300.000 ton, verdienen de gaswasser het snelst terug, in slechts negen maanden bij een prijsverschil van 250 dollar. Een zogenoemde handymax bulkcarrier van rond de 50.000 ton doet er dan anderhalf jaar over. Naarmate het prijsverschil vermindert, kan de terugverdientijd oplopen tot drie jaar.

Hoe dat bij containerschepen zit, laat de studie niet zien. DNB verwacht dat het aantal bestellingen van scrubbers de komende vijftien maanden zal verdubbelen. Zo zal het aantal bestellingen uit de containervaart volgens de bank toenemen van 213 nu tot 383.