De voorspelling van een miljoen ton deed Maud Eijgendaal, business manager LNG, Bunkering & Cruise van Havenbedrijf Rotterdam, aan boord van de ‘Kvitbjørn’ van Nor Lines. Het is, samen met het zusterschip ‘Kvitnos’, een van de eerste LNG-aangedreven schepen die in een vaste lijndienst op Rotterdam varen. Het duo onderhoudt een wekelijkse dienst op bijna de hele westkust van Noorwegen, met Hammerfest als meest noordelijke haven.

Elke twee weken neemt de ‘Kvitbjørn’ in de Prins Willem Alexanderhaven 140 ton LNG in. Op een stukje van ECT’s voormalige Home Terminal heeft het Amsterdamse Titan LNG daar een tijdelijke bunkerlocatie ingericht. Het vloeibare gas, dat op een temperatuur van rond de 160 graden onder nul wordt opgeslagen en vervoerd, wordt nu nog met tanktrailers vanaf de Gate Terminal op de Maasvlakte aangevoerd en vervolgens rechtstreeks in de brandstoftank aan boord van het schip gepompt.

Havens

Die 140 ton is in principe genoeg voor de veertiendaagse ronde die de beide schepen langs Nederlandse en Noorse havens maken, vertelt Caesar Luikenaar van Nor Lines. ‘Dat is ongeveer 3.500 mijl en daar hebben ze zo’n 130 ton LNG voor nodig. Ze hebben dus nog een beetje reserve als ze hier weer terug zijn’, zegt hij. Een simpel rekensommetje leert dat het knalrode Norlines-duo op jaarbasis ongeveer 6.500 ton verstookt. Overigens zijn ze niet volledig afhankelijk van de Rotterdamse bunkerfaciliteit. Ook in de Noorse havens Bergen, Stavanger en Hammerfest is LNG verkrijgbaar.

Daarmee zijn ze goed voor een fors deel van de rond de 10.000 ton LNG, die naar verwachting dit jaar als brandstof aan de zeescheepvaart wordt geleverd. Dat is maar een fractie op de ettelijke miljoenen tonnen bunkerolie (heavy fuel oil, ofwel hfo in het jargon) en marine gasoil (mgo, vergelijkbaar met diesel), die jaarlijks in Rotterdam worden verkocht. Maar het is de snelle groei die Eijgendaal optimistisch stemt. ‘Twee jaar geleden was het honderd ton, vorig jaar 1.500 ton en dit jaar dus 10.000. Als die ontwikkeling doorzet, is het over een paar jaar een miljoen ton.’

120 schepen

Nor Lines is een volledige dochter van de van origine IJslandse rederij Samskip, die geldt als een pionier in het gebruik van LNG als brandstof. De veertiendaagse lijndienst voert langs veertien Noorse havens als Trondheim, Tromso en Bergen. De schepen hebben een capaciteit van 1.500 rijbaan meters, 122 teu containercapaciteit, 1.500 ton koelruim en een zware lading-kraan van 80 ton. De schepen lopen de Rotterdamse haven aan met een combinatie van verschillende ladingen; breakbulk, vis, containers, trailers en andere rollende lading.

Volgens cijfers van de International Maritime Organization (IMO) zijn er op dit moment ongeveer 120 schepen die met aardgas worden aangedreven. Daarnaast staan ongeveer 125 nieuwe schepen die voor 2025 afgeleverd moeten worden in de orderportefeuille van de scheepswerven. Verwacht wordt dat er de komende jaren nog een fors aantal bestellingen bijkomt, waardoor er rond 2025 mogelijk zo’n 500 schepen op LNG zullen varen.

Ook Titan LNG, onderdeel van Iveco Schouten, heeft hooggespannen verwachtingen van vloeibaar aardgas als scheepsbrandstof. Het bedrijf brengt eind dit jaar een drijvend LNG-bunkerstation in de vaart, de ‘Flexfueler’, die vorig jaar is besteld bij de Kooiman Marine Group in Zwijndrecht. Die krijgt een capaciteit van 1.480 kubieke meter (ofwel 680 ton), meer dan genoeg dus om een schip als de ‘Kvitbjørn’ in een keer vol te tanken.

Tijdwinst

Dat zal een forse tijdwinst opleveren, verwacht directeur Michael Schaap: ‘Om de Nor Lines-schepen nu vol te tanken zijn zes of zeven vrachtwagens nodig, die elk zo’n anderhalf uur nodig hebben om te lossen. De ‘Flexfueler’ doet het straks in 3,5 uur’. Het ruim 76 meter lange en 11,5 meter lange vaartuig vereist wel een stevige investering van een kleine tien miljoen euro. Grootste hap uit het budget nemen de vier cryogene tanks van 370 kubieke meter per stuk, die de LNG met zo min mogelijk energieverlies op temperatuur houden. Ze worden geleverd door Cryovat International uit Nijkerk.

Toch is de ‘Flexfueler’ erop gericht om de kosten van het bunkeren zo laag mogelijk te houden. Zo krijgt het ponton geen eigen voortstuwing, maar wordt het door een duwbootje verplaatst. En de vaste bezetting van het bunkerstation telt welgeteld één persoon. Titan verwacht zo een voorsprong te hebben op Shell, dat eerder dit jaar zijn in Korea gebouwde LNG-bunkerschip ‘Cardissa’ in ontvangst nam. Het concern heeft de prijs van het schip niet bekendgemaakt, maar die bedraagt waarschijnlijk een veelvoud van die van de ‘Flexfueler’.

Milieuwinst

De grote milieuwinst van LNG zit in de uitstoot van zwaveloxiden en fijnstof, waarvan de emissies te verwaarlozen zijn. Schepen die op LNG varen, voldoen dan ook moeiteloos aan de zwavelrichtlijn, zoals die al geldt op de Noord- en Oostzee (maximaal 0,1% zwavel). Ook voldoen ze aan de wereldwijde richtlijn (maximaal 0,5%) die in 2020 van kracht wordt.

Reders en LNG-leveranciers mogen ook graag wijzen op de lagere CO2-uitstoot, maar daar zit een forse adder onder het gras. Om aardgas vloeibaar te maken, wordt ongeveer 10% van het gewonnen volume als brandstof bij het koelproces ingezet. Bovendien is de calorische waarde van LNG per liter zo’n 40% lager dan die van mgo. Als die factoren worden meegenomen, valt de CO2-vergelijking in het nadeel van LNG uit.