Door de beperking in de watertoevoer en de verdamping als gevolg van de hitte van de voorbije weken staat het water in het kanaal Gent-Terneuzen slechts 13,35 meter hoog, in plaats van de normale 13,50 meter. Omdat volgens de veiligheidsprocedures een marge van minstens 1 meter moet zijn tussen de kiel van een schip en de kanaalbodem, moeten schepen met een diepgang van 12,35 meter een deel van hun lading al op de Schelde lossen, in een duwvaartbak.

Droogte

‘Dit blijft zo zolang de droogte aanhoudt’, zegt Johan Bresseleers, woordvoerder van het havenbedrijf. ‘Het gaat slechts om een of twee schepen per week. Bij normale waterstand moet dit ook gebeuren met schepen die dieper liggen dan 12,50 meter.’ In de praktijk zijn dit schepen die ijzererts vervoeren. ‘Dat is bulklading, die zich gemakkelijk in duwbakken laat overbrengen. Met stukgoederen zou dit veel moeilijker zijn.’

Het lossen gebeurt in de zogenaamde Put van Terneuzen. Die bevindt zich in de Westerschelde, even ten noordoosten van het sluizencomplex van Terneuzen.