Dat heeft topman Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam donderdag gezegd bij de presentatie van de halfjaarcijfers. Die schatting omvat de kosten van de schoonmaakoperatie die het Havenbedrijf heeft georganiseerd en schade bij het bedrijfsleven in de haven, waaronder de raffinaderij van Esso en de terminals van Aluchemie, Vopak, LBC en Odfjell aan de Derde Petroleumhaven.

Oliekoek

Van de 219 ton stookolie is nu 190 ton geborgen, waarvan het grootste deel uit het water is geschept of gezogen. De resterende ongeveer dertig ton heeft zich grotendeels als een soort oliekoek vastgezet op afmeer-installaties als stijgers en meerpalen en verder op kademuren en oeverbeschoeiingen. Castelein verwacht dat delen van stenige beschoeiingen uiteindelijk vervangen moeten worden.

Ongeveer 110 binnenschepen en 25 zeeschepen raakten besmeurd met olie. Die moesten stuk voor stuk handmatig schoongeschrobt worden. Castelein: ‘Daar zijn geen geavanceerde installaties voor. Dat gebeurt gewoon met de hogedrukspuit en een bezem.’ Volgens hem is het reinigen van de schepen, wat overigens wettelijk verplicht is, zo goed als afgerond. De komende tijd wordt de aandacht verlegd naar het reinigen van de walkant.

Schade verhalen

Hij wilde niet veel kwijt over de verhaalbaarheid van de schade op scheepseigenaar Odfjell. Het Havenbedrijf heeft de Noorse tankerrederij vrijwel onmiddellijk na de lekkage op 24 juni aansprakelijk voor alle schade gesteld. ‘We zijn daarover in gesprek en daar komen we gewoon uit.’

Het topmanagement uit Noorwegen heeft inmiddels een ontmoeting gehad met onder meer burgemeester Aboutaleb en havenmeester René de Vries. Daarbij was ook Odfjells verzekeraar Gard aanwezig. De rederij zegt nauw met de autoriteiten te willen samenwerken om de schade zo veel mogelijk te beperken.

Lees ook: Onderzoeksreaad neemt ‘Bow Jubail’ onder de loep na lekkage