Sinds dinsdag is de Cel voor Maritieme Beveiliging actief. Deze dienst staat Belgische schepen bij die in moeilijke gebieden varen.

De Cel is opgericht door staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (VLD), al zal ze zich in de praktijk wellicht weinig moeten bekommeren om die zee. ‘De Belgische vloot is een van de twintig grootste vloten ter wereld’, legt De Becker uit. ‘Aan boord van Belgische schepen werken 5.450 mensen. Die schepen varen ook in gevaarlijke hotspots zoals nabij Jemen en Syrië en in de Golf van Guinée. Piraterij en kidnapping zijn daar dagelijkse dreigingen. Belgische schepen in dergelijke omgevingen moeten 24/7 opgevolgd worden, zodat we snel kunnen schakelen als er iets verkeerd loopt.’

De Cel Maritieme Beveiliging telt vijf medewerkers die nauw samenwerken met de douane, het leger, de scheepvaartpolitie en het Centrum voor Cybersecurity en nauwe contacten onderhouden met de Koninklijke Belgische Redersvereniging (KBRV). Ze kunnen ook een beroep doen op internationale diensten. Ze monitoren onder meer verdachte schepen die in de buurt komen van Belgische schepen.

‘We beschouwen een Belgisch schip in een gevarenzone als een patiënt op intensieve zorgen: het wordt continu opgevolgd en gemonitord tot alle risico’s geweken zijn. Via satelliet surveillance, een noodnummer dat 24/7 bemand is, een scherm dat realtime informatie geeft over wie zich waar bevindt verliezen we onze schepen geen minuut uit het oog. Er wordt ook een stil alarm geactiveerd, dat de kapitein van een schip kan laten afgaan bij aanval van piraten en/of terroristen’, voegt de staatssecretaris eraan toe.