De rederij gaat er van uit dat ook de vierde vermiste opvarende is omgekomen en heeft de zoektocht op zee gestaakt. Aan boord wordt nog wel verder gezocht. Het schip voer door de Arabische Zee in een dienst van de 2M-alliantie van Maersk en MSC Sharing van Singapore naar Suez, toen zich op 7 maart een zware explosie voordeed in het voorschip, dat vervolgens uitbrandde.

De rederij heeft het Amerikaanse Ardent en het Nederlandse Smit Salvage in de arm genomen om het enorme schip te bergen. Ze hebben de brand inmiddels weten te blussen, maar van het voorschip rest niet veel meer dan een smeulende puinhoop. De constructie van het schip lijkt nog wel intact. De 23 geredde bemanningsleden, waarvan er later een overleed, zijn door een ander containerschip overgebracht naar de Indiase havensteden Cochin en Trivandrum in Zuid-India.

Maersk heeft ‘general average’ uitgesproken, wat betekent dat de ladingbelanghebbenden in principe moeten meebetalen aan bergingskosten, die vermoedelijk in de miljoenen zullen lopen. De Denen hebben de Britse groep Richards Hogg Lindley benoemd als ‘general adjuster’ om die procedure af te wikkelen. Die zal vooralsnog de containers onder zich houden en die pas na afgifte van een garantie vrijgeven. De totale afwikkeling van een Averij Grosse-dossier neemt in de regel jaren in beslag.